Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-06-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:9433
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
522 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.916
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
1. Eiser heeft op 9 januari 2024 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen.
2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
3. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
4. De rechtbank stelt vast dat eiser op 28 april 2023 heeft laten weten dat hij de aanvragen intrekt. Verweerder stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat eiser geen procesbelang meer heeft. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar de uitspraak van deze zittingsplaats. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Eiser krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
ECLI:NL:RBDHA:2023:8839