Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-31
ECLI:NL:RBDHA:2024:9277
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
654 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.21443
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Inleiding
Verzoeker heeft op 31 maart 2022 een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend. De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 27 oktober 2022 afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris dit bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL23.21442).
Hangende het beroepschrift heeft verzoeker aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat verzoeker de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten.
Beoordeling
3. Vanwege betalingsonmacht stelt de voorzieningenrechter verzoeker vrij van de verplichting tot het betalen van griffierecht.
4. Bij uitspraak van vandaag heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Gegeven deze beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wijst de voorzieningenrechter dit verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
zaaknummer: NL23.21443
2
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
31 mei 2024
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.