Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-22
ECLI:NL:RBDHA:2024:8981
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,506 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL24.15212
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] ,
V-nummer: [V-nummer 1]
[eiseres 1]
,
V-nummer: [V-nummer 2]
[eiseres 2]
,
V-nummer: [V-nummer 3]
[eiseres 3]
, V-nummer: [V-nummer 4]
[eiser 2]
, V-nummer: [V-nummer 5]
[eiser 3]
, V-nummer: [V-nummer 6]
samen te noemen: eisers (gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend, omdat verweerder volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op
1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Eisers betwisten dat
zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. In dit kader verwijzen zij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 12 december 2023.4 Nu hun aanvraag van ná 27 juni 2023 dateert, is de verlenging van de beslistermijn met negen maanden volgens hen onrechtmatig. Eisers vinden daarom dat verweerder met WBV 2023/3 de beslistermijn niet geldig heeft verlengd en dat zij verweerder niet prematuur in gebreke hebben gesteld. Eisers verzoeken de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en hier een rechterlijke dwangsom aan te verbinden.
4. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank verwijst voor de motivering naar de uitspraak van deze zittingsplaats van 16 februari 2024.5 Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eisers hebben op 10 augustus 2023 hun asielaanvraag ingediend. De asielaanvraag van eisers valt dus onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3. Dit betekent dat de beslistermijn in hun zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 10 november 2024 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van 20 maart 2024 is hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
4 ECLI:NL:RBDHA:2023:19612.
5 ECLI:NL:RBDHA:2024:1859.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 mei 2024
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL24.15212
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] ,
V-nummer: [V-nummer 1]
[eiseres 1]
,
V-nummer: [V-nummer 2]
[eiseres 2]
,
V-nummer: [V-nummer 3]
[eiseres 3]
, V-nummer: [V-nummer 4]
[eiser 2]
, V-nummer: [V-nummer 5]
[eiser 3]
, V-nummer: [V-nummer 6]
samen te noemen: eisers (gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend, omdat verweerder volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op
1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Eisers betwisten dat
zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. In dit kader verwijzen zij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 12 december 2023.4 Nu hun aanvraag van ná 27 juni 2023 dateert, is de verlenging van de beslistermijn met negen maanden volgens hen onrechtmatig. Eisers vinden daarom dat verweerder met WBV 2023/3 de beslistermijn niet geldig heeft verlengd en dat zij verweerder niet prematuur in gebreke hebben gesteld. Eisers verzoeken de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en hier een rechterlijke dwangsom aan te verbinden.
4. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank verwijst voor de motivering naar de uitspraak van deze zittingsplaats van 16 februari 2024.5 Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eisers hebben op 10 augustus 2023 hun asielaanvraag ingediend. De asielaanvraag van eisers valt dus onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3. Dit betekent dat de beslistermijn in hun zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 10 november 2024 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van 20 maart 2024 is hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
4 ECLI:NL:RBDHA:2023:19612.
5 ECLI:NL:RBDHA:2024:1859.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 mei 2024
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.