Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:8386
Strafrecht
Proces-verbaal
1,269 tokens
Dictum
in de zaak van
[betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [plaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene
Gemachtigde: mr. B. de Jong (Skandara)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zitting was op 20 december 2023 in Gouda. De gemachtigde en de vertegenwoordiger van de officier van justitie (vertegenwoordiger) waren er. Bij die gelegenheid heeft de gemachtigde de kantonrechter gewraakt. Het onderzoek is vervolgens geschorst. Het proces-verbaal van die zitting wordt hier herhaald en ingelast.
Bij beslissing van 26 februari 2024 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.
De tweede zitting was op 23 mei 2024 in Den Haag. De gemachtigde was er niet, maar wel correct opgeroepen. De vertegenwoordiger was er wel. De zaak is voortgezet in de stand van het geding.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 109,- (inclusief administratiekosten) voor feitcode K150C.
Gronden en standpunten
De gemachtigde heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd:
De officier van justitie heeft het administratief beroep ten-onrechte niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een deugdelijke machtiging;
Betrokkene heeft de gedraging niet verricht;
De redelijke termijn is overschreden.
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger zich op het standpunt gesteld dat het adres op de machtiging afwijkt van het woonadres van betrokkene. Daarom is het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Bij een inhoudelijke afdoening van de zaak voert de vertegenwoordiger aan dat uit het zaakoverzicht duidelijk blijkt dat de gedraging is verricht. Verder is de redelijke termijn overschreden. Dit moet leiden tot matiging van de verkeersboete met 25%. De vertegenwoordiger verzet zich wel tegen toekenning van een proceskostenvergoeding. Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Oordeel
De kantonrechter acht de machtiging voldoende toereikend. Het enkele gegeven dat het daarop vermelde adres niet overeenkomt met het woonadres van betrokkene is geen reden om aan de deugdelijkheid van de machtiging te twijfelen. De officier van justitie heeft het administratief beroep ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De beroepsgrond slaagt.
De kantonrechter oordeelt als volgt over de gronden tegen de verkeersboete.
In het zaakoverzicht zit een verklaring van een verbalisant. Die verklaring is voldoende duidelijk en concreet. De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging is verricht. Zie ECLI:NL:GHARL:2023:6445. De beroepsgrond slaagt niet.
Betrokkene is op 10 december 2021 staande gehouden. De redelijke termijn van twee jaar is toen aangevangen en op 10 december 2023 geëindigd. De eerste zitting was op 20 december 2023. De kantonrechter had toen mondeling uitspraak kunnen doen, maar de gemachtigde heeft hem toen – vruchteloos – gewraakt. Dat vervolgens een tweede zitting moest worden ingepland, komt voor rekening en risico van betrokkene. De kantonrechter gaat er dus van uit dat de redelijke termijn met 10 dagen is overschreden. Hij is van oordeel dat kan worden volstaan met de constatering dat daarvan sprake is. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt namelijk minder dan 1 maand. De kantonrechter vindt voor dit oordeel steun in het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, onder 3.2. De beroepsgrond slaagt niet.
Het kantonberoep is gegrond. De beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd. Het administratief beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het kantonberoep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
verklaart het administratief beroep ongegrond.
Dit is de uitspraak van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door
S.S.J. Hausil, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.