Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2024:8243
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,338 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.16876
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).
Procesverloop
Bij besluit van 17 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2024 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is aanwezig A. Abdirahman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2002 en de Somalische nationaliteit te hebben.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiseres door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk in het bezit is gesteld van een visum, dat geldig was van 13 september 2023 tot 11 maart 2024. Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening is Frankrijk daarmee verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Nederland heeft op grond van dit artikel een verzoek om overname gedaan. Op 12 maart 2024 heeft Frankrijk het verzoek aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Frankrijk vaststaat.
3. Eiseres voert aan dat zij niet op de hoogte was en is van het feit dat zij in het bezit is geweest van een visum dat door de Franse autoriteiten is afgegeven. Verder kan ten aanzien van Frankrijk niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. In Frankrijk zijn 50% te weinig opvangplekken, zodat sprake is van een aan het systeem gerelateerde tekortkoming in de opvangvoorzieningen. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar het AIDA-rapport van 11 mei 2023. Tot slot had verweerder op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de asielaanvraag aan zich moeten trekken, omdat eiseres een jonge getraumatiseerde vrouw is die veel heeft meegemaakt en zij aangewezen is op hulp van anderen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder mag er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel vanuit gaan dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit in haar geval anders is. Eiseres heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Uit recente jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat ten aanzien van Frankrijk nog altijd kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling heeft bij haar oordeel het AIDA-rapport van 11 mei 2023 betrokken. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd, wordt geen aanleiding gezien om tot een ander oordeel te komen. Mocht zij na overdracht naar Frankrijk van mening zijn dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt, ligt het op haar weg om daarover in Frankrijk te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Dat dit voor haar niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat de autoriteiten van Frankrijk haar niet zouden kunnen of willen helpen. De enkele opmerking dat zij niet op de hoogte was van het feit dat zij in het bezit is geweest van een visum kan niet leiden tot enig resultaat.
5. Tot slot heeft verweerder in de door eiseres aangevoerde omstandigheden ook geen aanleiding hoeven zien om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken. De overigens niet onderbouwde stelling dat eiseres een jonge getraumatiseerde vrouw is die veel heeft meegemaakt en op hulp van anderen is aangewezen, heeft verweerder niet bijzonder genoeg kunnen vinden dat eiseres daarom in Nederland moet verblijven.
6. Verweerder heeft, gelet op het voorgaande, de asielaanvraag van eiseres terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verordening (EU) nr. 604/2013.
Asylum Information Database.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ABRvS 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1863.