Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-21
ECLI:NL:RBDHA:2024:8035
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,638 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/14563
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde mr. M.S. Yap),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder,
(gemachtigde: mr. K. Kanters).
Procesverloop
Bij besluit van 21 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder éénmalig € 14,02 ingehouden op het leefgeld van eiseres.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 29 maart 2024 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met een voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1979 en heeft de Somalische nationaliteit. Zij verblijft in de opvanglocatie van verweerder te Gilze.
2. Verweerder heeft de maatregel opgelegd omdat eiseres op 17 november 2023 overlast heeft veroorzaakt door het vertonen van verbaal agressief gedrag richting medewerkers.
3. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij bestrijdt dat zij overlast heeft veroorzaakt. Er is slechts een notitie waarin staat dat eiseres zou hebben geschreeuwd. Dit is onjuist. Eiseres stelt dat zij de afgelopen jaren problemen heeft met een medewerker van COa. De betrokken beveiliger heeft desgevraagd bevestigd geen problemen te hebben gehad het gedrag van eiseres.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Op grond van artikel 5 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers staat er rechtstreeks beroep bij de rechtbank open tegen besluiten tot het onthouden van verstrekkingen bij of krachtens deze wet.
5. Op grond van artikel 10 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva) heeft het COa de bevoegdheid om bij wijze van maatregel verstrekkingen te onthouden. De werkwijze van het COa bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Reglement Onthoudingen Verstrekkingen (ROV).
Daarin is bepaald op welke wijze verweerder gebruik maakt van de bevoegdheid om verstrekkingen geheel of gedeeltelijk te onthouden. Als voorbeeld van een gebeurtenis met een geringe impact wordt onder meer genoemd “Lichte agressie en geweld zonder schade (niet op de persoon gericht), zoals negatieve uitlatingen over medebewoners in een gesprek met een COA-medewerker.” Als sprake is van een incident met geringe impact, kan verweerder aan een bewoner een ROV maatregel 1 opleggen. Dit houdt in dat gedurende de maximale periode van een week het leefgelddeel van het weekgeld wordt ingehouden.
6. Uit het bestreden besluit en een door verweerder overgelegde onderliggende notitie is op te maken dat eiseres op 17 november 2023 boos heeft gereageerd toen een medewerker van Trigion de slagboom bij de receptie van het terrein niet wilde openen voor de taxi waarin haar dochter werd gebracht. Eiseres schreeuwde naar deze medewerker om de slagboom te openen zodat de taxi kon doorrijden tot aan haar appartement. Toen de COa-medewerker aan eiseres vroeg of de taxi op andere dagen wel het terrein op mocht rijden, schreeuwde eiseres tegen haar ‘Waar bemoei jij je mee? Wat wil jij? Eiseres was niet aanspreekbaar en schreeuwde dat COa nooit luistert en dat zij een klacht gaat indienen tegen COa en tegen Trigion. De rechtbank stelt vast dat hiermee concreet onderbouwd is vastgelegd welke gedragingen aan eiseres worden tegengeworpen. De notitie vermeldt voorts dat eiseres eerder op dit gedrag tegenover personeelsleden is aangesproken.
7. De rechtbank heeft geen concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de weergave van de feiten door verweerder. Eiseres stelt weliswaar in algemene zin dat de aan haar adres gemaakte verwijten onjuist zijn, dat haar gedrag niet als onheus kan worden aangemerkt en dat de betrokken beveiligingsmedewerker geen problemen met haar zou hebben, maar zij heeft niet daadwerkelijk betwist dat zij haar ongenoegen over de gang van zaken op 17 november 2023 richting de beide medewerkers heeft geuit met de uitlatingen zoals die zijn geregistreerd.
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het aldus beschreven gedrag van eiseres kunnen aanmerken als een incident met een geringe impact zoals bedoeld in zijn maatregelenbeleid. Dat eiseres van zelf mening is dat zij zich niet onheus heeft gedragen tegenover de beide medewerkers is daarbij niet doorslaggevend. Dat geldt ook voor het gestelde dat de beveiligingsmedewerker zou hebben gezegd dat hij geen problemen met haar gedrag had.
9. Gelet op het aan eiseres verweten gedrag en het maatregelenbeleid heeft verweerder kunnen besluiten tot de eenmalige inhouding van het leefgeld. Van belang is hierbij nog dat eiseres niet heeft bestreden dat zij eerder is aangesproken op soortelijk gedrag en verder dat zij in het maatregelengesprek van 21 november 2023 de gelegenheid heeft gehad om haar zienswijze te geven op het voornemen van verweerder.
10. Het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De maatregel blijft in stand.
11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Z.A. Meinert, griffier, op 7 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid
om de uitspraak te ondertekenen.
Rechtsmiddel
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Afschrift verzonden aan partijen op: