Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2024:7848
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,966 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/1224
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2024 in de zaak tussen
[naam] , eiseres
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw.
1.1.
De staatssecretaris heeft dit verzoek met het besluit van 20 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 januari 2024 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij deze afwijzing gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 2 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris. Tevens was een tolk aanwezig.
Totstandkoming van het besluit
2. Eiseres heeft op 5 december 2023 een verzoek om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw ingediend.
3. Op verzoek van de staatssecretaris heeft het BMA op 18 december 2023 advies uitgebracht. Het BMA heeft geconcludeerd dat het voor eiseres mogelijk is om te reizen, mits er genoeg beenruimte is om de rechterknie zo nodig periodiek te kunnen bewegen en strekken. Verder heeft het BMA geconcludeerd dat bij het uitblijven van medische behandeling op korte termijn geen medische noodsituatie wordt verwacht. Op grond hiervan heeft de staatssecretaris artikel 64 van de Vw niet van toepassing geacht op eiseres en heeft hij de aanvraag afgewezen.
Beoordeling
4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiseres om toepassing van artikel 64 van de Vw. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Gronden van beroep
6. Eiseres voert aan dat het te vroeg is om te stellen dat er bij uitblijven van behandeling geen sprake zal zijn van een medische noodsituatie op korte termijn. Eiseres wijst erop dat er sprake is geweest van tbc, zwellingen, pijn en snelle slijtage en dat er ook na de operatie in oktober 2023 nog sprake is geweest van complicaties. Eiseres verwijst naar een brief van de orthopedisch chirurg van 27 november 2023, waarin hij aangeeft dat het essentieel is dat eiseres toegang blijft houden tot reguliere westerse geneeskunde. Eiseres kan volgens de orthopedisch chirurg in de toekomst problemen krijgen op het gebied van slijtage of loslating van de prothese. Verder is er een kans op bloedvergiftiging. De orthopedisch chirurg geeft, volgens eiseres, concreet aan welke complicaties er mogelijk zijn en het BMA is hier ten onrechte niet nader op in gegaan.
BMA-advies
7. Volgens vaste rechtspraak van de ABRvS is een BMA-advies een deskundigenadvies. Wanneer de staatssecretaris een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, moet hij zich ervan vergewissen dat dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusie daarop aansluit. Wanneer dit het geval is, mag de staatssecretaris in beginsel van de juistheid van het advies uitgaan. Het is vervolgens aan eiseres om de juistheid van het deskundigenadvies te betwisten, bijvoorbeeld met een contra-expertise.
7.1.
Uit het BMA-advies van 18 december 2023 blijkt dat de BMA-arts bij het uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn verwacht. Eiseres stelt tegenover het BMA-advies geen contra-expertise, zodat alleen de vraag overblijft of concrete twijfel aan de juistheid van het advies is gerezen.
7.2.
De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het BMA-advies van 18 december 2023 naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Tussen partijen is niet in geschil dat het BMA de brief van de orthopedisch chirurg van 27 november 2023 heeft betrokken in het advies. De BMA-arts is op basis van de overgelegde informatie tot de conclusie gekomen dat het uitblijven van behandeling niet zal leiden tot een medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden, omdat eiseres op dit moment geen andere medisch-specialistische behandeling meer ondergaat dan de reguliere orthopedische zorg. De begeleiding zal het komend jaar in frequentie worden afgebouwd tot uiteindelijk eens per 5 jaar controle met lichamelijk onderzoek en röntgendiagnostiek, eventueel uitgebreider bij symptomen of falen van de knieprothese. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen concrete aanknopingspunten aangevoerd die aanleiding geven voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies. Een verschil van inzicht over de uit de medische gegevens te trekken conclusies betekent op zichzelf niet dat het BMA-advies niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin niet begrijpelijk is en de getrokken conclusie daarop niet aansluit. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Hoorplicht
8. Het betoog namens eiseres dat de staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden volgt de rechtbank niet. Volgens vaste rechtspraak mag in bezwaar van horen worden afgezien indien op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Of sprake is van een hoorplicht wordt beoordeeld aan de hand van de inhoud van het bezwaarschrift, gelezen in samenhang met de motivering van het primaire besluit. Met wat namens eiseres in bezwaar is aangevoerd was op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk dat haar bezwaren niet tot een andersluidend besluit konden leiden. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de staatssecretaris de aanvraag van eiseres mocht afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vreemdelingenwet 2000
Bureau Medische Advisering
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3422.