Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-13
ECLI:NL:RBDHA:2024:7623
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,100 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.6646
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder volgens hem niet op heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 27 september 2022. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië volgens hem verantwoordelijk was voor eisers aanvraag. Verweerder heeft de Italiaanse autoriteiten op 17 november 2022 verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Italië heeft niet binnen de daarvoor bestemde termijn van twee maanden op dit verzoek gereageerd, waarmee de Italiaanse autoriteiten op 18 januari 2023 fictief akkoord zijn gegaan met het verzoek van verweerder. Verweerder heeft eiser niet op tijd kunnen overdragen aan Italië en is daarmee op 19 juli 2023 verantwoordelijk geworden voor
1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en 6:12 van de Awb.
de behandeling van de aanvraag. De termijn voor het beslissen op de aanvraag is daarmee op 19 juli 2023 aangevangen.
4. Verweerder moet in beginsel binnen zes maanden een besluit nemen.3 Verweerder heeft met toepassing van het WBV 2023/3 alle nog lopende beslistermijnen voor aanvragen van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden verlengd.4 De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd. De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 mei 2024
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.