Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:7569
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,213 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.3086
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Eiser heeft op 29 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 september 2022.
Overwegingen
Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage.
Is de beslistermijn overschreden?
( x) Ja( ) Nee
Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?
( x) Ja( ) Nee
Is het beroep gegrond?
( ) NeeHet beroep is kennelijk niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.(x) Ja
Heeft eiser de rechtbank verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen?
( ) Verweerder heeft al een besluit genomen over de dwangsom. ( ) Ja(x) Nee
Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?
( ) Verweerder heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld. De rechtbank stelt daarom een nadere termijn vast van veertien dagen vanaf de datum waarop de uitspraak naar partijen wordt verstuurd.
( ) Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn van maximaal ___________ weken na de datum van verzending van deze uitspraak redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eiser om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag.
( ) Er is sprake van bijzondere omstandigheden, de rechtbank heeft verweerder echter eerder al een termijn gesteld zonder dat verweerder heeft beslist. De rechtbank stelt daarom een nadere termijn vast van veertien dagen vanaf de datum waarop de uitspraak naar partijen is verstuurd.
( x) Er is sprake van bijzondere omstandigheden, maar deze laten onverlet dat verweerder binnen uiterlijk 21 maanden op de asielaanvraag moet beslissen op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn. De termijn eindigt op 28 juni 2024. De rechtbank draagt verweerder daarom op om uiterlijk op 28 juni 2024 een besluit op de asielaanvraag van eiser bekend te maken.
Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen?
( x) Ja( ) Nee
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?
(x) € 100 per dag met een maximum van € 7.500.( ) Een ander bedrag.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
( x) Ja( ) Nee
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?
De volgende proceskosten worden toegekend:
( x) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift( ) 1 punt voor de nadere reactie(s)
( ) 0,5 punt voor een nadere reactiemet een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 0,5.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op om uiterlijk op 28 juni 2024 een besluit op de asielaanvraag van eiser bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.