Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-24
ECLI:NL:RBDHA:2024:741
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
458 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31425
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. A.N. Sap).
Procesverloop
1. Bij besluit van 19 september 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de opvolgende aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2024 op zitting behandeld, gelijktijdig met het beroep. Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zaak NL23.31424.