Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:7348
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,036 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/664641 / JE RK 24-676
Datum uitspraak: 30 april 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 april 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 april 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- [naam 1] , namens de Raad;
- [naam 2] en [naam 3] , namens de gecertificeerde instelling.
Feiten
2.1.
Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.3.
[de minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader en [de minderjarige 2] bij de moeder, maar de kinderen verblijven afwisselend bij beide ouders volgens de zorgregeling.
2.4.
Bij beschikking van 27 februari 2023 is de volgende zorgregeling vastgesteld: [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven van zondagochtend tot donderdagochtend bij de vader en van donderdagochtend tot zondagochtend bij de moeder.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.
3.2.
Er bestaan ernstige zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] vanwege het loyaliteitsconflict waarin zij verkeren. De kinderen zitten klem tussen de ouders die beiden een andere beleving hebben van de situatie, de schuld bij de ander neerleggen en elkaar onvoldoende vertrouwen. De ouders proberen afspraken met elkaar te maken, maar er is sprake van een patroon waarbij zij de afspraken uiteindelijk niet volhouden of afhaken wanneer iets tegenzit of door onderlinge misverstanden worden geplaagd. Omdat de ouders niet tot een gezonde verstandhouding komen, maar onder spanningen gebukt gaan, zijn de kinderen in een loyaliteitsconflict beland. Als gevolg hiervan laten de kinderen zorgelijk gedrag zien. [de minderjarige 1] heeft grote moeite om zindelijk te worden en [de minderjarige 2] heeft problemen met school en kan erg boos worden. Daar komt bij dat [de minderjarige 2] , net als de vader, sikkelcelziekte heeft. Dat zorgt voor een medisch ingewikkelde situatie. Juist daarom is van groot belang dat de ouders constructief met elkaar kunnen communiceren. De Raad acht het van belang dat een jeugdbeschermer betrokken raakt om hulpverlening in te zetten en te onderzoeken wat er nodig is om ervoor te zorgen dat de kinderen onbelast contact kunnen hebben met beide ouders. Daarvoor is het belangrijk dat beide ouders leren zich te richten op hun eigen opvoeding en de andere ouder de ruimte te geven voor zijn of haar aanpak.
4De standpunten
4.1.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting aangegeven dat tijdens de betrokkenheid in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling te zien is dat de kern van de problematiek gelegen is in het gebrek aan vertrouwen tussen de ouders over en weer. De jeugdbeschermer heeft daarom een groepsapp aangemaakt en zij is aanwezig bij de gesprekken tussen de ouders om regie te voeren. Er wordt gezien dat het de ouders op momenten wel lukt om constructief met elkaar te communiceren, maar zodra er triggers zijn of er sprake is van stress, worden de ouders wantrouwig. De ouders hebben in de kern dezelfde visie ten opzichte van de kinderen, maar het lukt hen op dit moment niet zelfstandig om hieraan ook uitvoering te geven. In de komende periode is het van belang dat de ouders met zichzelf aan de slag gaan en dat zij de ruimte ervaren om zaken uit het verleden los te laten. Vervolgens ontstaat dan ruimte om te werken aan de communicatie tussen de ouders. Ten aanzien van het voorstel van de Raad om uiteindelijk mogelijk toe te werken naar parallel solo ouderschap, heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dit moeilijk te vinden. Als [de minderjarige 2] of de vader behandeling nodig heeft voor hun sikkelcelziekte zal er meer van de moeder gevraagd worden en is communicatie tussen de ouders noodzakelijk. Dit is niet het uitgangspunt van parallel solo ouderschap. De gecertificeerde instelling hoopt dat de ouders tot meer kunnen komen.
4.2.
De vader heeft ingestemd met het verzochte. De vader hoopt dat de kinderen door de ondertoezichtstelling de zorg krijgen die zij nodig hebben. Verder heeft de vader aangegeven dat hij het lastig vindt om de moeder te vertrouwen, omdat zij regelmatig haar afspraken niet nakomt, ondanks dat hij haar daar meermaals aan herinnert. Dit betekent dat er meer van de vader verwacht wordt, en daar heeft hij niet altijd de energie voor vanwege zijn sikkelcelziekte.
4.3.
De moeder heeft niet ingestemd met het verzochte. De moeder heeft aangegeven dat zij altijd zelf hulpverlening heeft gezocht en denkt dat een vrijwillig kader passender is. Bij de jeugdbeschermingstafel zijn op vrijwillige basis afspraken gemaakt tussen de ouders, maar door het gebrek aan vertrouwen onderling lukt het niet deze afspraken na te komen. De moeder vindt het een zwaar, beladen en langdurig proces en heeft daarom aangegeven dat zij in het uiterste geval afstand doet van de kinderen om rust te creëren voor zowel de kinderen als de ouders. De moeder wil dit niet, maar ziet geen andere oplossing als de strijd met de vader blijft aanhouden en hij haar het gevoel geeft dat zij zich constant moet bewijzen.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De kinderrechter onderschrijft de door de Raad en de gecertificeerde instelling naar voren gebrachte zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en acht het noodzakelijk dat hierop toezicht komt. Het lukt de ouders niet constructief met elkaar te communiceren en afspraken te maken over de kinderen. De ouders hebben een andere visie op de situatie en leggen de schuld bij elkaar neer. Daar komt bij dat de ouders elkaar wantrouwen, waardoor de basis voor het maken van afspraken ontbreekt. De kinderen zitten klem tussen de ouders en laten zorgelijk gedrag zien. [de minderjarige 1] heeft problemen met zindelijkheid en bij [de minderjarige 2] wordt gezien dat erg boos kan worden en zich verzet, waardoor school moeizaam verloopt. Daarbij heeft [de minderjarige 2] sikkelcelziekte, wat maakt dat hij stamceltransplantatie en regelmatig medische behandeling nodig heeft. In het verleden is veelvuldig hulpverlening in het vrijwillig kader ingezet, maar dat is ontoereikend gebleken. De hulpverlening stagneert steeds opnieuw en daardoor is het onvoldoende gelukt de bestaande patronen te doorbreken en een positieve verandering te bewerkstelligen. Hoewel de ouders als opvoeder ieder voor zich wel beschikken over voldoende opvoedvaardigheden, richten zij zich nu te veel op de opvoedsituatie bij de andere ouder. De kinderrechter vindt het – gelet op het gedrag dat de kinderen vertonen – noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer bij de kinderen betrokken wordt. De jeugdbeschermer houdt toezicht op de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen en zorgt ervoor dat de juiste hulpverlening wordt ingezet voor zowel de ouders als de kinderen. De kinderrechter drukt de ouders op het hart zich te richten op hun eigen situatie en het ouderschap los van elkaar in te vullen in het belang van de kinderen. Daarbij is het van groot belang dat zij de samenwerking met de gecertificeerde instelling aangaan en duidelijke afspraken maken. Gelet op de zorgen die er zijn en de stappen die nodig zijn om die zorgen weg te nemen, acht de kinderrechter de verzochte termijn van één jaar passend en geboden.
5.3.
De kinderrechter hecht eraan nog het volgende mee te geven. De moeder heeft ter zitting aangegeven helemaal op te zijn door de onderlinge strijd. Zij is bang ten onder te gaan en is daarom zelfs bereid haar rol van moeder op afstand te vervullen ten koste van de band die zij met haar kinderen heeft. Uit het besprokene ter zitting is gebleken dat de vader al eens eenhoofdig gezag heeft overwogen. De kinderrechter wijst erop dat een evenwicht tussen de ouders ervoor zorgt dat de kinderen evenwichtig opgroeien. Duw- en trekwerk – of dat nu met een goede reden is of een minder goede reden – zorgt hoe dan ook voor een verstoring van dat evenwicht waarin de loyaliteit aan de ene ouder zwaarder gaat wegen dan de loyaliteit aan de andere ouder. Het is gevaarlijk voor de ontwikkeling van de kinderen als hun zijnsloyaliteit door conflictomstandigheden onder druk wordt gezet. Het beperkt hun mogelijkheden om tot vrije mensen op te groeien en in plaats daarvan gaan zij onder een grote last gebukt. Hun leven draait dan immers niet om hun ontwikkeling, maar om een loyaliteitsstrijd die de ouders hebben gecreëerd. Het is van belang dat de ouders beiden in het leven van de kinderen zijn, dat zij zich beperken tot hun eigen verantwoordelijkheid als ouder, dat zij investeren in een vertrouwensband die zij als gescheiden ouders nodig hebben en dat zij hun kinderen vrij maken om het leven aan te gaan. Gelet op het verloop van het gesprek ter zitting heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de ouders dit kunnen.
Dictum
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 30 april 2024 tot 30 april 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.M.C. Mulders als griffier, en op schrift gesteld op 14 mei 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.