Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-10
ECLI:NL:RBDHA:2024:7160
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
542 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33328
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Inleiding
1.1.
De staatssecretaris heeft de aanvraag met het besluit van 22 maart 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 oktober 2023 op het bezwaar van verzoekster is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.28659, op 31 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Omdat het beroep gegrond is krijgt verzoekster ook een vergoeding voor haar proceskosten. De staatssecretaris moet dit betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1750,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend en ter zitting is verschenen.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de staatssecretaris om de proceskosten van verzoekster te vergoeden tot een bedrag van € 1750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.