Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-24
ECLI:NL:RBDHA:2024:7083
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
536 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.2233 en NL24.2235
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [nummer 1], en
[verzoekster]
, verzoekster,
V-nummer: [nummer 2],
mede namens hun minderjarige kinderen: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018,
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
gezamenlijk te noemen ‘verzoekers’
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: [naam 1]).
Procesverloop
Bij besluiten van 19 januari 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL24.2232 en NL24.2234 (de beroepen), op 22 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, [naam 2] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.2232 en NL24.2234, heeft de rechtbank op de beroepen beslist. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.T.M.M. Plukaard, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.