Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:6191
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,114 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-858
Zaaknummer: C/09/660959
Datum beschikking: 16 april 2024
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 6 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.C. Bouma te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [eiland] , Indonesië,
advocaat: mr. E.G.S.N. Asselbergs te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, ingekomen op 6 februari 2024;
- de brief van 27 februari 2024, met bijlagen, van de zijde van de vader;
- het verweerschrift met een voorwaardelijk zelfstandig verzoek, ingekomen op 12 maart 2024;
- de brief van 14 maart 2024, met bijlagen, van de zijde van de vader.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. De voorzitter van de rechtbank heeft ook met de minderjarige [minderjarige 2] een gesprek gehad. Daarbij is niet gesproken over het onderwerp van deze zaak.
Op 19 maart 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder (via een videoverbinding), bijgestaan door mr. I.G.M. van Gorkum als vervanger van haar advocaat, alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [trouwdatum] 2009 tot 17 juli 2017.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 1] 2006 te [geboorteplaats 1] , Italië;
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 2] , Italië.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] uit.
- [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader in Nederland.
- De vader, de moeder, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
- vervangende toestemming te verlenen voor wijziging van de woonplaats van [minderjarige 1] met ingang van juli 2024, in die zin dat het de vader wordt toegestaan om met [minderjarige 1] naar [plaatsnaam 1] , Italië te verhuizen om aldaar te gaan wonen;
- vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van [minderjarige 1] op de [naam school 1] in [plaatsnaam 1] , Italië,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de moeder voorwaardelijk en zelfstandig (naar de rechtbank begrijpt:), voor het geval dat de vader naar Italië verhuist, te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] vanaf de zomervakantie 2024 bij de moeder in [eiland] zal zijn en de moeder toestemming te geven om [minderjarige 1] definitief in te schrijven op de [naam school 2] in [eiland] en te bepalen dat de vader de fees van de school tijdig betaalt, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Beoordeling
De vader verzoekt hem vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing met [minderjarige 1] naar [plaatsnaam 1] , Italië, en voor het inschrijven van [minderjarige 1] op de [naam school 1] aldaar. Ter onderbouwing van zijn verzoek voert hij het volgende aan.
Op dit moment zit [minderjarige 1] in de vierde klas van de [naam school 3] [plaatsnaam 2] . Op deze school kan zij, gedurende de laatste twee jaar van de middelbare school, niet de door haar gewenste vakken in het kader van het International Baccalaureate Diploma Program (IBDP) volgen. De enige school in Nederland waar het goede en door [minderjarige 1] gewenste IBDP programma wordt aangeboden, is de [naam school 4] in [plaatsnaam 3] . Dit is de school waar [minderjarige 2] , de broer van [minderjarige 1] , naar toegaat. Aangezien [minderjarige 1] deze school veel te groot en onpersoonlijk vond, heeft zij er twee jaar geleden, toen [minderjarige 2] naar deze school ging en het gezin verhuisde naar [woonplaats] , voor gekozen om op haar huidige school in [plaatsnaam 4] te blijven. De mening van [minderjarige 1] over de [naam school 4] in [plaatsnaam 3] is niet gewijzigd. Om die reden heeft zij zelf onderzoek gedaan naar internationale scholen in het buitenland waar zij het door haar gewenste IBDP programma kan volgen. Een aantal van die scholen heeft zij met de vader bezocht. [minderjarige 1] is gewend om in het buitenland te wonen, dus voor haar maakt het niet uit of ze in Nederland kan blijven of dat ze in een ander land gaat wonen. De vader heeft [minderjarige 1] vanaf het begin laten weten dat zij mag kiezen naar welke school ze wil en dat hij haar in haar keuze zal steunen en met haar zal meeverhuizen. Na uitgebreid onderzoek is [minderjarige 1] ervan overtuigd geraakt dat de [naam school 1] in [plaatsnaam 1] het beste bij haar past. Deze school heeft een hele goede reputatie en uitstekende resultaten. Het is een kleine school met veel persoonlijke aandacht. De vader vindt het belangrijk dat [minderjarige 1] naar een school kan waar zij zich prettig voelt en daarom wil hij met haar naar [plaatsnaam 1] verhuizen. De verhuizing naar [plaatsnaam 1] is goed voorbereid. In de buurt van de school zijn voldoende woningen beschikbaar. Daarnaast hebben de vader en zijn partner een groot netwerk in Italië (zo woont de opa van [minderjarige 1] op een afstand van tweeënhalf uur rijden van [plaatsnaam 1] ). De zorgregeling tussen de moeder en [minderjarige 1] zal door de verhuizing niet veranderen. [minderjarige 1] zal in de zomervakantie en de kerstvakantie vanuit [plaatsnaam 1] naar [eiland] kunnen gaan. In de overige vakanties kan de moeder in plaats van naar Nederland naar Italië komen. Dit maakt qua reistijd niet uit.
De moeder verzet zich tegen een verhuizing van [minderjarige 1] naar [plaatsnaam 1] . Zij wijst erop dat [minderjarige 1] op haar huidige school wel degelijk het IBDP programma kan volgen en dat een verhuizing naar het buitenland dus helemaal niet nodig is. Zij is er ook van overtuigd dat [minderjarige 1] de consequenties van een verhuizing naar [plaatsnaam 1] niet overziet. De moeder acht het niet in het belang van [minderjarige 1] dat zij op deze kwetsbare leeftijd haar huidige sociale kring en vriendinnen moet opgeven en vervolgens in een land komt dat zij niet kent, waarvan zij de taal niet spreekt en waar zij geen enkel sociaal netwerk heeft. De [naam school 1] in [plaatsnaam 1] is een katholieke school terwijl de vader, de moeder en [minderjarige 1] niet godsdienstig zijn. Alleen al vanwege de religieuze instelling van de school heeft de moeder bezwaar tegen deze school. Daar komt bij dat nog onduidelijk is of er wel plek is voor [minderjarige 1] op de school. Een andere reden waarom de moeder fel gekant is tegen een verhuizing van [minderjarige 1] naar [plaatsnaam 1] is dat de Nederlandse rechter dan niet meer over [minderjarige 1] zal kunnen beslissen. De moeder zal moeten procederen in Italië wanneer zij de vader wil verplichten zich aan de afspraken ten aanzien van [minderjarige 1] te houden. De moeder vindt het geen enkel probleem als de vader met zijn partner en het halfbroertje van [minderjarige 1] naar Italië vertrekt. Voor dat geval verzoekt zij te bepalen dat [minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij haar in [eiland] zal hebben en haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] in te schrijven op de [naam school 2] ( [naam school 2] ) in [eiland] , een school waar ook het IBDP programma wordt aangeboden.
De rechtbank overweegt als volgt.
Omdat de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige 1] heeft de vader instemming van de moeder nodig om met [minderjarige 1] naar [plaatsnaam 1] te mogen verhuizen. Het uitblijven van overeenstemming tussen de ouders levert een geschil op zoals bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van jurisprudentie dient de rechtbank bij de beoordeling van dit geschil de belangen van alle betrokkenen in aanmerking te nemen en tegen elkaar af te wegen. Het belang van het kind staat daarbij voorop en dient een overweging van de eerste orde te zijn. Dat neemt niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen (HR 25 april 2008, LJN: BC5901).
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat, anders dan door de moeder is gesteld, er voor [minderjarige 1] belangrijke redenen zijn om van school te veranderen. Op de [naam school 3] [plaatsnaam 2] wordt weliswaar sinds kort ook een IBDP programma aangeboden, maar het is daar niet mogelijk om het door [minderjarige 1] gewenste specifieke vakkenpakket te volgen. Concreet betekent dit voor [minderjarige 1] dat zij de keuze heeft tussen de [naam school 4] in [plaatsnaam 3] of een internationale school in het buitenland. De school in [plaatsnaam 3] is twee jaar geleden al afgevallen. [minderjarige 1] heeft er toen voor gekozen om, ondanks de veel langere reistijd, op haar huidige school in [plaatsnaam 4] te blijven en niet over te stappen naar de school in [plaatsnaam 3] , omdat zij de sfeer op deze school niet prettig vond. De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat en waarom [minderjarige 1] nog steeds niet naar de [naam school 4] in [plaatsnaam 3] wil gaan, zodat zij voor het volgen van het door haar gewenste IBDP programma naar een andere school zal moeten gaan.
[minderjarige 1] heeft een internationale achtergrond en slechts een beperkte binding met Nederland. Zij is geboren in Italië, is op jonge leeftijd verhuisd naar Thailand, heeft van eind 2015 tot eind 2016 op [eiland] gewoond en is vervolgens met de vader naar Nederland gegaan. Daarbij heeft zij veelal op internationale scholen gezeten. De binding van [minderjarige 1] met Nederland is daardoor beperkt. In het licht van het voorgaande is een overstap naar een school in het buitenland voor [minderjarige 1] niet zo groot. Datzelfde geldt voor de daarmee samenhangende verhuizing naar Italië. Dit geldt temeer nu [minderjarige 1] , zoals hiervoor overwogen, hoe dan ook van school zal moeten wisselen en opnieuw een sociaal netwerk zal moeten opbouwen. In [woonplaats] , waar [minderjarige 1] nu woont, heeft [minderjarige 1] geen sociaal netwerk. Ze gaat daar niet naar school. Het grootste deel van het gezin waarin zij nu woont, namelijk haar vader, de partner van haar vader en haar halfbroer, verhuist met haar mee naar Italië. [minderjarige 2] zit in zijn eindexamenjaar en zal volgend schooljaar naar het buitenland vertrekken of in elk geval het huis in [woonplaats] verlaten.
[minderjarige 1] heeft met de vader gekeken naar verschillende internationale scholen en volgens de vader is hierbij de keuze gevallen op de school in [plaatsnaam 1] . De moeder heeft bevestigd dat [minderjarige 1] deze keuze ook aan haar kenbaar heeft gemaakt. De moeder heeft twijfels geuit over de motieven van [minderjarige 1] , maar heeft deze twijfels niet onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk gemaakt.
Dictum
De rechtbank:
verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – om met de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 2] , Italië, te verhuizen naar [plaatsnaam 1] , Italië;
verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – om [minderjarige 1] in te schrijven op de [naam school 1] in [plaatsnaam 1] , Italië;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Emmens, A.C. Olland en C.L. Strop, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.