Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:5905
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
937 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.40622
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A.E. Sojo en mr. S.J.R.R. Brock).
Procesverloop
Eiser heeft op 18 juli 2022 een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op medische gronden, vanwege zijn psychische problemen. Deze aanvraag is afgewezen bij besluit van 24 november 2022 (het primaire besluit).
Bij besluit van 16 januari 2023 is het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Dit besluit is op 9 maart 2023 ingetrokken.
Met het besluit van 8 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden, ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Momand als tolk en mr. S.J.R.R. Brock als gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Afghaanse nationaliteit.
2. Verweerder heeft het bezwaar tegen het primaire besluit afgewezen, omdat uit een BMA-advies van 4 juli 2023 is gebleken dat bij terugkeer naar Afghanistan geen (acute) medische noodsituatie zal ontstaan en eiser dus geen risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM vanwege zijn medische problemen.
3. Eiser voert hiertegen aan dat hij wel spoedig zal overlijden bij terugkeer, wanneer psychische en medische zorg in Afghanistan ontbreekt. Daarnaast wordt aangenomen dat er in het geval van eiser sprake is van een schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer en wordt eiser niet uitgezet. Daarom moet artikel 64 van de Vw worden toegepast.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser niet zal worden uitgezet vanwege een risico op schending van artikel 3 van het EVRM, gelet op een eerder genomen aanvullend besluit van verweerder op 24 april 2023. Eiser heeft dus geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van de afwijzing van de aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Bureau Medische Advisering.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.