Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:5640
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
702 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/4436
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
1. Bij besluit van 30 juni 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
2. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld op 14 september 2022.
Beoordeling
4. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
6. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
7. De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep in de zaak met nummer AWB 22/5638. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
Conclusie
Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, op 10 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.