Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:5106
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
830 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.10736
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 30 juni 2021 een terugkeerbesluit aan eiser uitgevaardigd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
1. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van zijn beroep wegens betalingsonmacht. Hij heeft ter onderbouwing een ingevuld formulier van onvermogen overgelegd. Op dit verzoek moet nog worden beslist. Met het door eiser overgelegde formulier heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt toegewezen.
2. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of een partij nog belang heeft bij de beoordeling van het door hem ingestelde beroep. Uit vaste rechtspraak moet het volgende worden afgeleid. Als een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder dat bekend is waar hij verblijft, ontvalt zijn procesbelang, omdat er dan van uitgegaan wordt dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dat hij zijn beroep wil handhaven. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
3. Bij bericht van 2 april 2024 heeft de gemachtigde van eiser medegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser en geen actuele contactgegevens heeft. De rechtbank leidt hieruit af dat gemachtigde ook niet op de hoogte is van de huidige verblijfplaats van eiser.
4. Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft eiser geen procesbelang meer bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).