Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-08
ECLI:NL:RBDHA:2024:495
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
951 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.35350 en NL23.35352
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1],
geboren op [geboortedatum 1],
V-nummer: [nummer 1]
[naam 2], eiseres,
geboren op [geboortedatum 2]
V-nummer: [nummer 2]
mede namens haar minderjarige kinderen,[naam 3],geboren op [geboortedatum 3]
[naam 4]
geboren op [geboortedatum 4],
[naam 5],
geboren op [geboortedatum 5]
allen van Afghaanse nationaliteit,tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. B.H. Werink),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Procesverloop
Bij besluiten van 3 november 2023 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de beroepen met zaaknummers NL23.35348 en NL23.35351op 8 januari 2024 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Tevens is een tolk verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter op 3 januari 2024 verzocht de voorlopige voorziening te treffen om zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor woensdag 12 januari 2024 (rechtbank: bedoeld zal zijn: 10 januari 2024), te bepalen dat verweerder verzoekers niet aan Duitsland mag overdragen alvorens op hun beroep is beslist.
2. Ter zitting van 8 januari 2024 heeft verweerder aangegeven zich niet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening te verzetten.
3. De voorzieningenrechter wijst om die reden de verzoeken om voorlopige voorziening toe, schorst de bestreden besluiten en bepaalt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Duitsland totdat op de beroepen tegen de bestreden besluiten is beslist.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indien van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank overweegt daarbij dat sprake is van samenhangende zaken die gelijktijdig zijn ingediend en waarbij de gronden in de zaken identiek zijn. Dat betekent dat de voorlopige voorzieningen worden beschouwd als één zaak.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken toe;
- treft de voorlopige voorziening dat de bestreden besluiten worden geschorst en dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Duitsland totdat is beslist op de beroepen;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.674,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.