Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-01-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:3969
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,564 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.19300
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres stelt van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1962. Zij heeft op 3 december 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 juni 2023 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen van eiseres, haar kleinzoon [Kleinzoon] (NL23.19320), haar dochter [dochter] (NL23.19319) en haar schoonzoon [schoonzoon] (NL23.19318) gelijktijdig op 22 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar kleinzoon, haar dochter en haar schoonzoon, de gemachtigde van eiseres, D.P. Navarrete als tolk en de gemachtigde van verweerder.
De rechtbank wijst allereerst op de samenhang van de hiervoor genoemde vier zaken. In deze uitspraak zal de rechtbank uitsluitend ingaan op de punten die betrekking hebben op het asielrelaas van eiseres.
Beoordeling
1. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres aan de hand van de beroepsgronden die zij heeft aangevoerd.
2. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielrelaas ten grondslag dat haar kleinzoon zou worden gerekruteerd door een gewapende groepering. Daarbij verklaart eiseres dat haar dochter en schoonzoon werden bedreigd door een gewapende groepering. Omdat het leven van haar kleinzoon in gevaar was, zijn zij gevlucht. Eiseres stelt zelf geen problemen te hebben ondervonden.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1. Nationaliteit, identiteit en herkomst.
5. De verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit en herkomst acht verweerder geloofwaardig. Nu het niet gaat om de problemen die eiseres zelf heeft ondervonden, heeft verweerder met betrekking tot de overwegingen van de beoordeling van de asielaanvragen verwezen naar de beschikkingen van haar kleinzoon, dochter en schoonzoon.
6. Op grond van het geloofwaardig bevonden element stelt verweerder zich op het standpunt dat dit element niet te herleiden is tot één van de vervolgingsgronden uit het Vluchtelingenverdrag. Ook is niet aannemelijk dat eiseres bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Daarom komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de aanvraag van eiser daarom afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.
Beoordeling
7. In de gronden van beroep voert eiseres aan dat zij persisteert bij wat zij in de zienswijze heeft aangevoerd. Omdat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd is ingegaan op de zienswijze, komt hieraan alleen betekenis toe voor zover eiseres in beroep concreet maakt op welke punten de motivering van het bestreden besluit volgens haar niet toereikend is.
8. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder haar asielrelaas ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.
9. De rechtbank stelt vast dat verweerder – in het kader van de geloofwaardigheid van het asielrelaas - heeft verwezen naar de beschikkingen van eiseres haar kleinzoon, dochter en schoonzoon, nu het niet gaat om de problemen die eiseres zelf heeft ondervonden. Eiseres heeft immers geen zelfstandig asielrelaas naar voren gebracht.
De beroepsgronden van eiseres zijn gelijk aan de beroepsgronden die in de zaken van haar familieleden naar voren zijn gebracht. Gelet op het feit dat verweerder naar het oordeel van deze rechtbank de asielrelazen van eiseres haar kleinzoon, dochter en schoonzoon niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, is de rechtbank ook in geval van eiseres van oordeel
dat verweerder het asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De beroepsgronden falen.
Conclusie
10. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
11. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Vollebregt-Kuipers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Hak, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 januari 2024
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.