Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-13
ECLI:NL:RBDHA:2024:3285
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
749 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35745
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. D. Gürses),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. D.L. Boer).
Procesverloop
Bij besluit van 20 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om uitstel van vertrek ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (zaaknummer NL23.15329), op 11 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1.1.
Procesbelang bestaat als eiseres met de behandeling van het beroep nog kan bereiken wat zij met het instellen van beroep wilde bereiken. Van procesbelang kan ook sprake zijn als er schade is geleden door het besluit. Dan is wel vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat de gestelde schade daadwerkelijk het gevolg is van het besluit.
1.2.
De rechtbank overweegt dat artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is bedoeld om tijdelijk uitstel van vertrek uit Nederland te verlenen vanwege een medische situatie. Omdat eiseres is vertrokken naar Armenië, kan zij met haar beroep niet meer bereiken dat haar vertrek tijdelijk wordt uitgesteld. Verder heeft eiseres niet onderbouwd welke schade zij heeft geleden als gevolg van het besluit, de enkele stelling dat zij schade heeft geleden is onvoldoende. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2024 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
ECLI:NL:RVS:2023:3557, ECLI:NL:RVS:2021:1145
ECLI:NL:RVS:2016:1332, ECLI:NL:RVS:2019:497