Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-06
ECLI:NL:RBDHA:2024:3246
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
558 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.2994, NL24.2996 en NL24.3050
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam verzoeker], verzoeker
V-nummer: [nummer 1]
[naam verzoekster 1]
, verzoekster 1
V-nummer: [nummer 2]
mede namens:
[naam kind 1]
V-nummer: [nummer 3]
[naam kind 2]
V-nummer: [nummer 4]
[naam dochter]
(dochter)
V-nummer: [nummer 5]
en
[naam verzoekster 2]
, verzoekster 2
V-nummer: [nummer 6]
gezamenlijk te noemen ‘verzoekers’
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluiten van 26 januari 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.2993, NL24.2995 en NL24.3049 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.