Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:2856
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
558 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.2876
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. B. Snoeij), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen).
Procesverloop
Bij besluit van 18 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2024 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat eiser op 31 januari 2024 is uitgezet naar Colombia. Daardoor heeft het terugkeerbesluit zijn werking verloren. De rechtbank is van oordeel dat eiser om die reden geen procesbelang meer heeft bij een rechtmatigheidstoets van het terugkeerbesluit. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
zaaknummer: NL24.2876
2
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 februari 2024
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.