Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:23869
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,621 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-8471 en FA RK 24-1336
Zaaknummer: C/09/657197 en C/09/661892
Datum beschikking: 15 mei 2024 (bij vervroeging)
Gezag en zorgregeling
Beschikking op het op 22 november 2023 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. A. Neermawatie Nandoe te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats 2] , republiek Congo.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
in de zaak met zaaknummer C/09/657197 FA RK 23-8471:
het verzoekschrift van 22 november 2023, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
het F9 formulier van 6 december 2023, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
in de zaak met zaaknummer C/09/661892 FA RK 24-1336:
- het verzoekschrift van 22 februari 2024, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
Op 8 mei 2024 zijn beide zaken gecombineerd behandeld op de zitting van deze rechtbank.
Hierbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
namens de Raad voor de Kinderbescherming, [naam] .
De vader is niet verschenen. Hij is goed opgeroepen voor de zitting, zowel per aangetekende brief, als via een oproep in de Staatscourant en via zijn email adres.
Feiten
Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2016 tot [datum 2] 2020.
Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , Zuid Afrika.
- In de uitspraak van 4 december 2020 van de High Court of South Africa, Johannesburg is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:
4. The parties are joint holders of full parental rights and responsibilities as contained Sections 18(a), (b), (c) and (d) of the Children’s Act 38 of 2005 in respect of the minor children.
5. It will further be in the minor child’s best interests that he reside primarily with the Plaintiff, the Defendant shall subject to the minor child’s educational, religious. extra mural, sporting and social activities have the right to maintain contact with the minor child as follows:
5.1
every second weekend on a Saturday from 10h00 to 19h00 unless other times and periods are agreed to by the parties;
5.2
every Wednesday from 15h00 to 18h00,
5.3
half of all long holidays to rotate between the parties. with the specific understanding that the following holidays will rotate annually between the parties:
5.3.1
Easter;
5.3.2
Christmas Day and Boxing Day (including New Years Eve and New Year’s Day);
5.4
every alternate public holiday;
5.5
on Father’s day when it is does not fall on a contact weekend and similarly if Mother’s day falls on a contact weekend then the Plaintiff will have the children on Mother’s day;
5.6
on the Defendant’s birthday, if it falls during the Plaintiff’s contact period and similarly the Plaintiff will have contact with the minor child on the Plaintiff’s birthday if it fall during the Defendant’s contact period;
5.7
on the minor child’s birthday, both parties shall be entitled to spend half the day with the minor child unless other times and periods are agreed to by the parties;
5.8
reasonable telephonic contact with the minor child at all times.
Verzoek en verweer
in de zaak met zaaknummer C/09/657197 FA RK 23-8471:
De moeder verzoekt de rechtbank te bepalen dat:
het gezamenlijk ouderlijk gezag over [de minderjarige] , wordt opgeheven en de vrouw met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt belast;
de bepalingen van de omgangsregeling in de echtscheidingsbeschikking van [datum 2] 2020 onder de punten 5.1 – 5.8 wordt gewijzigd althans aangepast als volgt:
- dat de man [de minderjarige] in Nederland kan bezoeken en zien, na onderlinge overleg en in afstemming over de exacte data en bezoektijden in Nederland met de vrouw;
- het telefonisch contact tissen de vader en [de minderjarige] in verband met naschoolse en sport activiteiten van [de minderjarige] voortaan zal plaatsvinden op de maandagen/woensdagen tussen 18:00 uur en 19:30 uur CET en op zaterdagen tussen 17 en 19 uur;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Standpunt van de moeder
De moeder verzoekt de rechtbank haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten en het gezag van de vader te beëindigen. Als reden geeft zij aan, dat zij al vanaf het voorjaar 2023 probeert om van de vader toestemming te krijgen om voor [de minderjarige] een Nederlands paspoort aan te vragen. De vader wil wel toestemming geven, zoals blijkt uit de bij het verzoek gevoegde WhatsApp berichten, maar de toestemming voorzien van een geldige handtekening is tot op heden nog niet ontvangen. Ook is de internet verbinding met de vader niet op elk moment optimaal. Moeder loopt ook tegen diverse drempels aan bij het inschrijven van [de minderjarige] op zijn school, en ook voor medische beslissingen is de toestemming van vader nodig, die vaak niet op tijd kan worden ontvangen. De moeder betrekt de vader bij haar beslissingen en zal dat altijd blijven doen. Ook wil zij de zorgregeling wijzigen, omdat de destijds afgesproken regeling niet kan worden uitgevoerd. Er is regelmatig contact tussen de vader en [de minderjarige] via beeldbellen en de moeder staat er voor open dat de vader, mocht hij naar Nederland komen, contact heeft met [de minderjarige] .
Standpunt van de Raad
De Raad is positief over het contact tussen de ouders en ondersteunt het verzoek van moeder. Door de grote afstand tussen de woonplaatsen van de ouders zij er praktische bezwaren tegen het in stand houden van het gezamenlijk gezag.
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Op grond van artikel 1:253n lid 1 jo. artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat [de minderjarige] in Nederland woont.
Beoordeling
Duidelijk is dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de uitspraak van de High Court. De moeder is namelijk in 2022 in Nederland komen wonen met [de minderjarige] .
De rechtbank is van oordeel dat de moeder alleen met het gezag over [de minderjarige] moet worden belast. Dat is in het belang van [de minderjarige] omdat de vader, zoals is gebleken, niet snel kan reageren op de verzoeken van de moeder, gelet op de grote afstand tussen de woonplaatsen van de ouders.
De moeder blijft verplicht om de vader te informeren over [de minderjarige] . Gebleken is dat de vader betrokken is bij [de minderjarige] en dat de moeder het contact tussen [de minderjarige] en zijn vader mogelijk maakt.
Wat betreft de zorgregeling zal het verzoek van de moeder ook worden toegewezen, omdat de zorgregeling die zij voorstelt ook nu al geldt en meer aansluit bij de huidige omstandigheden.
Vervangende toestemming Paspoort
De moeder verzoekt de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, de toestemming van de man door de toestemming van de rechtbank te vervangen voor de aanvraag van het paspoort van [de minderjarige] .
Op de zitting heeft de advocaat meegedeeld dat zij het verzoek ten aanzien van het paspoort intrekt, in het geval dat de rechtbank zal bepalen dat de moeder het eenhoofdig gezag toekomt.
Nu de rechtbank zal bepalen dat voortaan alleen aan de moeder het gezag over [de minderjarige] draagt, is dit verzoek ingetrokken.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, worden de proceskosten gecompenseerd zoals hierna in de beslissing is vermeld.
Dictum
De rechtbank, met wijziging in zoverre van de uitspraak van the High Court of South Africa, van [datum 2] 2020:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag toekomt over [de minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , Zuid Afrika;
*
bepaalt dat de volgende zorgregeling geldt:
de vader kan [de minderjarige] in Nederland bezoeken en zien, na onderling overleg en in afstemming over de exacte data en bezoektijden in Nederland met de moeder;
de vader heeft telefonisch contact met [de minderjarige] op de maandagen/woensdagen tussen 18.00 uur en 19.00 uur CET en op zaterdagen tussen 17 uur en 19 uur CET;
*
bepaalt dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Don, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 mei 2024.