Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-03
ECLI:NL:RBDHA:2024:23778
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
797 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44547
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende zijn beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 13 mei 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 november 2024 deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de inhoudelijke behandeling hiervan.
1.2.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter verzocht om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe als kennelijk gegrond en doet daarom uitspraak zonder zitting. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
3. Bij brief van 2 december 2024 heeft verweerder de rechtbank verzocht het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat de resultaten van nader onderzoek kunnen worden betrokken bij de beoordeling van het beroep. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van overdracht van verzoeker vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toe te wijzen en verweerder te verbieden verzoeker over te dragen, totdat op het beroep is beslist.
4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat er op het beroep is beslist;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zaaknummer: NL24.44546
Zoals bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).