Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-21
ECLI:NL:RBDHA:2024:2375
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
842 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.7957
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. J. Eliya), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door hem ingediende aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis ten behoeve van zijn vrouw Hanan Meari.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
Verweerder heeft de mvv-aanvraag ontvangen op 5 september 2022. Verweerder moet binnen 90 dagen op deze aanvraag beslissen.1 Bij brief van diezelfde dag heeft verweerder de beslistermijn verlengd naar zes maanden. De rechtbank begrijpt dat verweerder aldus gebruik heeft willen maken van zijn bevoegdheid om de termijn met maximaal 3 maanden te verlengen. Verweerder had uiterlijk op 27 februari 2023 moeten beslissen.
De ingebrekestelling is door eiser ingediend op 24 februari 2023 en door verweerder ontvangen op 26 februari 2023. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dat maakt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend en niet geldig is. Nu
1. Op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
niet aan de vereisten van artikel 6:12 van de Awb is voldaan, is het beroep kennelijk niet- ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr.
S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.