Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-19
ECLI:NL:RBDHA:2024:23676
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,397 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/3174
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. A.R. Bissessur),
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
(gemachtigde: mr. F. Hummel-Fekkes).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om ontheffing van haar inburgeringsplicht.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 13 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 21 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, [naam 1] (de stiefzoon van eiseres), de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Als tolk Arabisch is verschenen F. Akhachab.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2. Eiseres heeft de Marokkaanse nationaliteit en is sinds 23 november 2022 inburgeringsplichtig. Op 29 februari 2023 heeft eiseres verweerder verzocht om ontheffing van haar inburgeringsplicht vanwege psychische en lichamelijke klachten. Om dit verzoek te kunnen beoordelen heeft verweerder een medisch adviseur ingeschakeld. Uit het advies van de verzekeringsarts van Argonaut van 18 oktober 2023 volgt dat op grond van de door eiseres aangeleverde medische gegevens niet is vast te stellen dat zij niet is staat is om binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. De minister heeft het verzoek om ontheffing daarom afgewezen.
2.1.
Naar aanleiding van de door eiseres in beroep overgelegde verklaring van drs. [naam 2] (psycholoog) van 21 mei 2024, heeft verweerder Argonaut opnieuw om medisch advies gevraagd. Op 2 september 2024 heeft de verzekeringsarts van Argonaut een medisch advies gegeven waarin staat dat uit de verklaring niet blijkt dat eiseres niet in staat kan worden geacht binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. Argonaut zag dan ook geen aanleiding voor een andersluidend advies.
2.2.
Op 13 november 2024 heeft eiseres een aanvullende verklaring van drs. [naam 2] van 22 oktober 2024 overgelegd. Op de zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat ook deze verklaring geen aanleiding geeft voor een andere beslissing.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek en voert aan dat zij niet in staat is om in te burgeren vanwege psychische klachten. Deze klachten, samen met haar leeftijd en haar analfabetisme, maken dat niet valt te verwachten dat zij binnen vijf jaar in staat zal zijn om het inburgeringsexamen af te leggen. Verder betoogt eiseres dat de hoorplicht is geschonden.
Wat zijn de regels?
4. Een inburgeringsplichtige wordt door verweerder geheel of gedeeltelijke ontheven van de inburgeringsplicht als diegene heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke beperking, blijvend niet in staat te zijn aan de inburgeringsplicht of een gedeelte daarvan te voldoen. Bij de aanvraag voor een dergelijke ontheffing moet de inburgeringsplichtige een deskundigenverklaring overleggen van een door verweerder aangewezen onafhankelijke arts. De ontheffing wordt verleend indien uit de deskundigenverklaring blijkt dat redelijkerwijs verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking zodanig is dat niet binnen vijf jaar na aanvraag van de ontheffing aan de inburgeringsplicht dan wel aan één of meer onderdelen daarvan kan worden voldaan.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Verweerder heeft op juiste gronden de aanvraag van eiseres om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. Van schending van de hoorplicht is geen sprake. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Beoordeling
6. De rechtbank stelt vast dat het medisch advies van Argonaut dat verweerder aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, kan worden aangemerkt als deskundigenadvies. Dit is door eiseres ook niet betwist.
6.1.
Argonaut heeft op basis van de door eiseres overgelegde medische stukken geconcludeerd dat eiseres thans als gevolg van mentale problematiek in alle redelijkheid niet in staat kan worden geacht aan de verplichting te voldoen. Maar niet gesteld kan worden dat deze beperkingen niet binnen vijf jaar voldoende te beïnvloeden zijn door behandeling. Er is op dit moment nog geen sprake van een zogenaamde eindsituatie. De in beroep overgelegde verklaring van eiseres’ behandelend psycholoog drs. [naam 2] van 21 mei 2024 heeft niet tot een andersluidend advies geleid. Volgens Argonaut volgt uit die verklaring dat eiseres pas sinds een aantal maanden onder behandeling is voor haar psychische klachten. Dat de psycholoog inschat dat het een langdurig behandeltraject zal worden, maakt nog niet dat er geen verbetering valt te verwachten. Wat betreft de leeftijdsgebonden geheugen- en concentratieproblematiek merkt Argonaut op dat dit eerst moet blijken uit een neuropsychologisch/geriatrisch onderzoek. Zelfs indien dergelijke problematiek wordt vastgesteld, blijft het voor eiseres mogelijk om in te burgeren via de zogenaamde Z-route.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat geen concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de inhoud van de medische adviezen die verweerder ten grondslag heeft gelegd aan zijn besluitvorming. De rechtbank stelt vast dat verweerder alle relevante (medische) informatie heeft voorgelegd aan Argonaut. Er bestaan geen aanwijzingen dat de adviezen vanuit Argonaut niet zorgvuldig, inzichtelijk en concludent zouden zijn.
6.3.
Verder overweegt de rechtbank dat uit de verklaring van de behandelend psycholoog drs. [naam 2] van 21 mei 2024 niet volgt dat de psychische klachten van eiseres zodanig zijn dat niet valt te verwachten dat zij binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht kan voldoen. De verklaring van drs. [naam 2] van 22 oktober 2024 maakt dit niet anders, aangezien deze geen wezenlijk nieuwe informatie bevat die niet reeds is opgenomen in de verklaring van 21 mei 2024. Daarnaast betrekt de rechtbank in haar oordeel dat ter zitting is gebleken dat er op dit moment wordt gezocht naar een Arabisch sprekend psychiater voor verdere/nadere behandeling van eiseres.
6.4.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op de adviezen van Argonaut heeft mogen baseren en zich op grond van de adviezen terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres thans niet in aanmerking komt voor een ontheffing van haar inburgeringsplicht.
Hoorplicht
7. De rechtbank is van oordeel dat de hoorplicht niet is geschonden. Een bestuursorgaan kan van het horen van de belanghebbende afzien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. In dat geval moet er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk zijn dat de gronden van bezwaar niet kunnen leiden tot een ander besluit. Gelet op wat eiseres daartegen in bezwaar heeft aangevoerd, is aan deze maatstaf voldaan.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.D. Timmermans, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 5, eerste lid, Wet inburgering 2021.
Artikel 2.7, eerste lid, Besluit inburgering 2021.
Artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering 2021.
Artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitspraak van de Afdeling van de Raad van State van 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1365.