Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-03-22
ECLI:NL:RBDHA:2024:23559
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,235 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-667
Zaaknummer: C/09/660574
Datum beschikking: 22 maart 2024
Gezag
Beschikking op het op 29 januari 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F.J. Soriano te Amsterdam.
en
[de grootmoeder] ,
de grootmoeder,
volgens een uittreksel uit de Basisregistratie Personen wonende in Colombia, feitelijk verblijvende in Nederland,
advocaat: mr. F.J. Soriano te Amsterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het gewijzigde verzoekschrift, binnen gekomen op 22 februari 2024.
Op 8 maart 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder en de grootmoeder, bijgestaan door hun advocaat;
K. Koster, de tolk namens de grootmoeder;
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Uit mevrouw [naam 2] is de volgende minderjarige geboren: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
[naam 2] had een affectieve relatie met [de moeder] . Zij heeft [minderjarige] voorafgaand aan de geboorte erkend en is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[naam 2] is op [datum] 2023 overleden.
Verzoek en verweer
De moeder en grootmoeder verzoeken, na wijziging:
[de moeder] en [de grootmoeder] gezamenlijk met het gezag te belasten over de minderjarige;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Wettelijk kader
Artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt:
1. Indien het gezag over een kind bij één ouder berust, kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.
2. In het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek slechts toegewezen, indien: a. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en b. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.
3. Het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Beoordeling
De grootmoeder is de moeder van de overleden biologische moeder van [minderjarige] , mevrouw [naam 2] . Uit de stukken en hetgeen dat is besproken op de zitting blijkt dat sinds het overlijden van de biologische moeder de grootouders de zorg voor [minderjarige] dragen. Ook is er regelmatig contact tussen [minderjarige] en de moeder.
Gezien deze verdeling van de zorgtaken over [minderjarige] wordt er verzocht om de grootmoeder mede met het gezag over hem te belasten.
De rechtbank overweegt als volgt. De in artikel 1:253t lid 2 BW genoemde termijnen zijn in de situatie van [minderjarige] niet van toepassing. Deze termijnen zien namelijk op de bescherming van de belangen van de andere, niet met het gezag belaste ouder. Door het overlijden van de biologische moeder van [minderjarige] heeft hij echter nog maar één ouder: de moeder.
De huidige feitelijke situatie, waarbij de grootouders de dagelijkse zorg voor [minderjarige] dragen en er regelmatig contact is tussen [minderjarige] en de moeder, brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat de moeder en de grootmoeder gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] belast kunnen worden. De rechtbank acht die benoeming op basis van hetgeen naar voren is gebracht in het belang van [minderjarige] en de moeder en de grootmoeder hebben zich bereid verklaard het gezag over [minderjarige] gezamenlijk uit te oefenen.
De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de moeder en de grootmoeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, (kinder)rechter, bijgestaan door
mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 maart 2024.