Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:23528
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,058 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/1018
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. H. Kremers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het op haar kosten wegslepen van haar auto.
1.1.
Met het besluit van 25 augustus 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om de auto van eiseres weg te slepen en de kosten daarvan op haar te verhalen. Met het bestreden besluit van 22 december 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Op 25 augustus 2023 rond 08:57 uur is de auto van eiseres met kenteken [kenteken 1] door toezichthouders aangetroffen op een parkeergelegenheid in de [adres] , in [plaats] . Hier gold op dat moment wegens werkzaamheden een parkeerverbod van 22 augustus 2023 (07:00 uur) tot en met 25 augustus (17:00 uur). Deze zaak gaat over de vraag of de auto van eiseres daar in strijd met het verbod stond geparkeerd en of verweerder haar auto op haar kosten mocht wegslepen.
Wat zijn de regels?
3. De toepasselijke wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres heeft geen overtreding begaan. Toen zij haar auto op 13 augustus 2023 voor het laatst in de [adres] parkeerde, was er geen bebording aanwezig. Zij is vervolgens tot en met 25 augustus 2023 in het buitenland op vakantie geweest en niemand anders kan haar auto in de tussentijd hebben verplaatst. Dit is door verweerder ook niet aannemelijk gemaakt. De kentekenlijst die op 16 augustus 2023 is opgesteld, is onjuist: het kenteken van eiseres auto staat er per abuis niet op. Dat de kentekenlijst onjuist is, blijkt ook uit het feit dat het kenteken van de rode Renault Captur met kenteken [kenteken 2] ontbreekt, terwijl deze auto wel zichtbaar is op foto’s die zijn gemaakt voorafgaand aan het plaatsen van de bebording. Ook is het kenteken van de bruine Kia Picanto (kenteken [kenteken 3] ) onjuist op de kentekenlijst vermeld. Verder heeft verweerder niet gereageerd op het verzoek van eiseres om een foto van de Renault Captur.
Daarnaast had het parkeerverbod eerder moeten worden aangekondigd omdat het zomervakantie was en veel bewoners daarom voor langere tijd afwezig waren.
Tot slot wijst eiseres erop dat de officier van justitie de boete in de strafrechtelijke procedure heeft gematigd tot nihil. Daarom moet verweerder in deze procedure ook de wegsleepkosten kwijtschelden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Partijen zijn het erover eens dat de auto van eiseres op 25 augustus 2023 geparkeerd stond binnen het gebied waar op dat moment een parkeerverbod gold. De vraag die partijen verdeeld houdt, is of eiseres een overtreding heeft begaan door haar auto in de [adres] neer te zetten nadat het parkeerverbod op 16 augustus 2023 werd aangekondigd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
5.1.
Verweerder heeft het parkeerverbod op 16 augustus 2023 aangekondigd door E4-verkeersborden te plaatsen. Volgens de vaste werkwijze van verweerder is toen ook een kentekenlijst opgemaakt waarop de kentekens zijn vermeld van alle voertuigen die op dat moment geparkeerd stonden tussen deze verkeersborden. Ook zijn van deze voertuigen foto’s gemaakt. Het kenteken van de auto van eiseres stond niet vermeld op deze kentekenlijst en was ook niet zichtbaar op de gemaakte foto’s. Verweerder heeft daaruit de conclusie getrokken dat eiseres haar auto na de aankondiging van het parkeerverbod in de [adres] heeft geparkeerd.
5.2.
De kentekenlijst is niet op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt. Dit brengt met zich mee dat hieraan minder bewijskracht toekomt, maar niet dat deze zonder betekenis is. De kentekenlijst bevat gedetailleerde informatie en is opgesteld door een verbalisant van wie niet is gebleken dat hij een belang heeft bij het onjuist vermelden van wat hij heeft waargenomen.
5.3.
Maar de rechtbank is toch van oordeel dat in dit geval niet van de juistheid van de kentekenlijst kan worden uitgegaan. Het is namelijk niet duidelijk geworden of er bij het opstellen van de kentekenlijst op 16 augustus 2023 foto’s zijn gemaakt van de toen ter plekke geparkeerde auto’s. In het verweerschrift heeft verweerder gesteld dat uit het kenmerk van de foto’s blijkt dat deze op 9 augustus 2023 zijn gemaakt. Volgens verweerder is het daarom goed mogelijk dat de Renault Captur op 9 augustus 2023 ter plaatste stond, maar dat dit voertuig vervolgens is verplaatst, nog voordat op 16 augustus 2023 de borden werden geplaatst. Op de zitting is verweerder in eerste instantie bij dit standpunt gebleven en heeft hij daar – in afwijking van het bestreden besluit – aan toegevoegd dat op 16 augustus 2023 helemaal geen foto’s zijn gemaakt. Tijdens de zitting heeft verweerder dit standpunt vervolgens weer verlaten en gesteld dat op 16 augustus 2023 wel foto’s zijn gemaakt en dat de foto van de Renault Captur ook van die dag dateert. Op de vraag van de rechtbank hoe het dan mogelijk is dat het kenteken van deze auto niet is opgenomen op de kentekenlijst, heeft verweerder geantwoord dat hij dit niet heeft kunnen achterhalen maar dat het mogelijk is dat deze auto na het maken van de foto’s alsnog is weggehaald. De rechtbank vindt deze verklaring echter te onduidelijk om hier zonder meer vanuit te kunnen gaan.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met zijn steeds wisselende en tegenstrijdige uitleg onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de kentekenlijst op 16 augustus 2023 op zorgvuldige wijze is opgesteld. Verweerder mocht daarom niet uitgaan van de juistheid van de kentekenlijst. Het ontbreken van het kenteken van eiseres’ auto op deze kentekenlijst mocht verweerder dan ook niet ten grondslag leggen aan de vaststelling van de overtreding. Verweerder heeft de overtreding ook niet op een andere wijze aannemelijk gemaakt.
5.4.
Het voorgaande brengt met zich mee dat aan het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Het beroep is in zoverre gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en verweerder op te dragen het bedrag van € 320,- voor het laten wegslepen van de auto aan eiseres terug te betalen.
5.5.
Nu het beroep gegrond is, hoeft de rechtbank niet te oordelen over de overige beroepsgronden van eiseres.
Conclusie
6. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door te bepalen dat het primaire besluit wordt herroepen en deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op het bedrag van € 320,- voor het laten wegslepen van de auto aan eiseres terug te betalen.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar bepaalde griffierecht vergoedt. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op de op eiseres verhaalde kosten van bestuursdwang van € 320,- aan eiseres terug te betalen;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
BIJLAGE
Gemeentewet
(….)
Artikel 125
1. Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
Wegenverkeerswet 1994
(….)
Artikel 170
1. Tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, behoort de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met
a. het belang van de veiligheid op de weg, of
b. het belang van de vrijheid van het verkeer, of
c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.
(….)
Artikel 173
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden:
a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
(….)
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
(….)
Artikel 24
1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
(….)
d. op een parkeergelegenheid:
(….)
3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden;
Wegsleepverordening Gemeente Den Haag
(….)
Artikel 2
Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voorover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.
(….)
Besluit wegslepen van voertuigen
(….)
Artikel 2
De soorten van weggedeelten en wegen, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn:
(….)
c. parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV 1990, waarbij ofwel op een onderbord wordt aangegeven:
(….)
3°. de dagen of uren waarop het parkeren is verboden.
(….)
Zie hiervoor Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekend 1990.
Artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).