Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-21
ECLI:NL:RBDHA:2024:23406
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,856 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.12819
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen),
en
de Minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. M. Dalhuizen).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 26 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 28 februari 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
Eiser heeft op 1 en 2 november 2024 nadere stukken ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 6 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser een tolk in de Igbo taal, en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1985 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Eiser heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Op 20 december 2019 is eiser aangevallen door vier [naam 1]. Zij kwamen naar zijn boerderij en toen eiser hen heeft verzocht om weg te gaan, hebben ze hem aangevallen met een mes. Eiser heeft hierbij zijn hand verwond. Op 1 december 2021 hebben de [naam 1] eisers landbouwgrond afgepakt. Eiser heeft verklaard dat hij politieke problemen heeft door zijn betrokkenheid bij de IPOB (Indigenious People of Biafra). Vanaf 2019 besloot eiser om lid te worden van de IPOB. Hij heeft meegedaan aan vergaderingen en demonstraties van de IPOB. Eiser heeft verklaard dat hij zes of zeven maanden voor zijn vertrek uit Nigeria ondergedoken zat in een kerk. Hij is daar na het verbranden van het politiebureau in zijn dorp en het overnemen van zijn landbouwgrond door de [naam 1] in 2021 naartoe gegaan. Op 24 juli 2022 heeft eiser Nigeria verlaten. Als eiser terug zou keren naar Nigeria is hij van plan te blijven demonstreren. Ook vanuit Nederland wil eiser zich inzetten voor de IPOB. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiser opgepakt te worden vanwege zijn lidmaatschap bij de IPOB.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit 5 relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst
2. Problemen met de [naam 1]
3. Betrokkenheid bij de IPOB
4. Deelname demonstraties van de IPOB
5. Politieke overtuiging
5.1.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig gevonden. Verweerder heeft echter ongeloofwaardig geacht dat eiser uit [plaats] komt of dat [plaats] zijn laatste verblijfplaats was. De problemen met de [naam 1] heeft verweerder deels geloofwaardig gevonden. De aanval van de [naam 1] op eisers boerderij wordt namelijk geloofwaardig geacht, maar de overname van zijn landbouwgrond door de [naam 1] niet. Het enkele feit dat er conflicten zijn tussen de Igbo-bevolking en [naam 1] maakt niet aannemelijk dat eiser persoonlijk problemen heeft gehad met [naam 1]. Eiser heeft na de inval op zijn boerderij geen aangifte gedaan, maar niet aannemelijk gemaakt dat aangifte doen voor hem bij voorbaat al zinloos was. Verweerder rekent hem dan ook aan dat hij geen aangifte heeft gedaan. Ook heeft eiser tijdens het nader gehoor in eerste instantie verklaard dat de [naam 1] zijn landbouwgrond hadden ingenomen nadat hij in december 2019 uit het ziekenhuis kwam na de aanval op zijn boerderij. Later verklaart eiser dat zijn landbouwgrond twee jaar later is overgenomen door de [naam 1]. Hiermee heeft eiser tegenstrijdig verklaard over het overnemen van zijn landbouwgrond door de [naam 1]. Verweerder heeft daarom ongeloofwaardig geacht dat eisers land is overgenomen door de [naam 1]. De aanval op de boerderij betreft een incident en eiser heeft na de aanval ook geen problemen meer gehad met de [naam 1]. Verweerder overweegt verder dat eiser Nigeria pas in juli 2022 heeft verlaten terwijl de aanval op zijn landbouwgrond al op 20 december 2019 heeft plaatsgevonden. Eiser heeft na de aanval dus nog meer dan twee jaar in Nigeria gewoond en in die periode heeft eiser persoonlijk geen problemen meer ondervonden met de [naam 1].
5.2.
De betrokkenheid van eiser bij de IPOB heeft verweerder ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft onjuiste informatie verstrekt over de IPOB en vervolgens ook tegenstrijdig verklaard wanneer hij lid is geworden van de IPOB. In eerste instantie heeft eiser verklaard dat hij na de aanval van de [naam 1] in december 2019 lid is geworden nadat de [naam 1] zijn land hadden overgenomen. Eiser heeft echter ook verklaard dat de [naam 1] zijn landbouwgrond pas twee jaar later hebben ingenomen, te weten in december 2021. Eiser heeft in de zienswijze aangegeven dat zijn lidmaatschap na de aanval door de [naam 1] niet als formeel lidmaatschap moet worden gezien. Hij is na de aanval door de [naam 1] enkel actief gaan meedoen met de IPOB. Op grond van eisers verklaringen kan niet anders worden geconcludeerd dan dat eiser in 2019 lid is geworden van de IPOB. Het is dan ook bevreemding wekkend dat eiser later in de zienswijze alsnog stelt pas in december 2021 lid te zijn geworden. Gelet op onjuiste informatie die eiser heeft verstrekt over de IPOB en daarnaast tegenstrijdige verklaringen over wanneer hij lid is geworden van de IPOB, wordt niet aangenomen dat eiser daadwerkelijk betrokken is geweest bij de IPOB.
5.3.
Eisers verklaringen over deelname aan demonstraties in Nigeria van de IPOB acht verweerder ook ongeloofwaardig. Eiser heeft tegenstrijdig verklaard over wanneer hij heeft deelgenomen aan demonstraties. Eiser stelt aan twee, drie of vier protesten te hebben meegedaan. Nu het om enkele protesten gaat mag van eiser worden verwacht dat hij het exacte aantal kan aangeven. Daarbij kan eiser van slechts twee protesten de datum benoemen. Dit wordt eiser aangerekend. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het aan eiser is om zijn asielrelaas zo goed mogelijk te onderbouwen en daarbij ook inzichtelijk te maken wanneer hij precies heeft geprotesteerd. Indien hij zich de exacte data niet kan herinneren wordt van hem verwacht dat hij al het mogelijke doet om deze data te achterhalen. Dat eiser dit niet heeft gedaan, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gestelde deelname aan de demonstraties. Verder acht verweerder eisers verklaringen over wat hij tijdens de protesten deed en hoe de protesten eindigen wel degelijk summier. Dat hij een spandoek droeg, algemene leuzen riep als ‘we willen vrijheid’ en ‘we willen onafhankelijkheid’, dat de politie en het leger in de lucht schoten, met traangas gooiden, mensen heen en weer renden en dat sommige mensen gewond raakten, overtuigen niet dat hij daadwerkelijk heeft geprotesteerd. Van eiser mag worden verwacht dat hij over zodanig belangrijke gebeurtenissen in zijn asielrelaas gedetailleerder kan vertellen, zeker omdat hij stelt dat zijn deelname aan deze protesten de reden is dat hij zou worden gezocht door de autoriteiten waardoor hij Nigeria zou hebben moeten verlaten.
5.4.
Met betrekking tot de politieke overtuiging van eiser overweegt verweerder dat het oordeel dat eiser een politieke overtuiging heeft die in lijn ligt met de doelstellingen van de IPOB niet automatisch tot het oordeel leidt dat hij ook betrokken is bij, of lid is geweest van de IPOB. Omdat ongeloofwaardig is geacht dat eiser betrokken is bij IPOB is ook ongeloofwaardig dat eiser op basis daarvan in de negatieve belangstelling van de autoriteiten heeft gestaan in Nigeria. Enkel de verklaring van eiser dat hij heeft gehoord dat hij wordt gezocht is onvoldoende om aannemelijk te maken dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten in Nigeria. Eiser heeft geen andere verklaringen of documenten aangedragen die aannemelijk maken dat hij in de negatieve belangstelling stond of staat van de Nigeriaanse autoriteiten. Dat eiser zes of zeven maanden ondergedoken zat in een kerk in zijn eigen dorp en dat de politie hem daar niet heeft gevonden, lijkt zeer onwaarschijnlijk en wordt daarom niet gevolgd. Verder zou eiser na de gestelde problemen met de [naam 1] nog hebben meegedaan aan demonstraties van de IPOB op 21 en 26 december 2021.
Conclusie
11. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Meer specifiek houdt dit in dat bij het nieuw te nemen besluit verweerder het arrest S en A van het Hof als uitgangspunt dient te nemen en onder andere een grondig onderzoek zal moeten verrichten naar de beschikbare landeninformatie over de positie van Igbo en IPOB aanhangers en de manier waarop de Nigeriaanse autoriteiten tegen deze groep optreden. Ook zal verweerder zich opnieuw moeten buigen over eisers betrokkenheid bij IPOB en deelname aan protesten in Nigeria. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.
11.1.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.750,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 28 februari 2024;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van A. Duijf, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als verweerder.
Vreemdelingenwet 2000.
Canadese RIR, van 2 juni 2022, ZZZ200991 Immigration and Refugee Board of Canada, Responses to Information Requests, ZZZ200991.E, 2 juni 2022.
inistero dell’Interno Commissione Nazionale per il Diritto di Asilo Ufficio IV – Affari Internazionali e Comunitari – COI Unit, 05.05.2021.
Rapport nader gehoor, blz. 20.
ECLI:EU:C:2023:688.
Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof).
9Immigration and Refugee Board of Canada, Responses to Information Requests, ZZZ200991.E, 2 juni 2022.
Immigration and Refugee Board of Canada, Responses to Information Requests, ZZZ200991.E, 2 juni 2022.
ECLI:NL:RBDHA:2024:17492.
Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling
Dat eiser zich zou schuilhouden in een kerk en tegelijkertijd toch deelnam aan demonstraties van de IPOB is opvallend en draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van de door eiser gestelde vrees.
5.5.
Verweerder voegt aan het voorgaande toe dat er voor mensen met sympathie voor de onafhankelijkheid van Biafra geen bijzonderheden staan vermeld onder C7/25 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Deelname door eiser aan demonstraties in Nederland is gezien het beeldmateriaal op de Facebookpagina van IPOB/Biafra in Nederland wel geloofwaardig geacht. Dat het aannemelijk is dat de Nigeriaanse autoriteiten de beelden van dit soort Facebookgroepen met grote belangstelling zullen volgen heeft eiser verder niet onderbouwd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve aandacht van de Nigeriaanse autoriteiten staat of zal staan door zijn deelname aan deze demonstratie. Dat in Nigeria een uitgebreid systeem van gezichtsherkenning bestaat met een database waarin het gezicht en de identiteit van alle stemgerechtigde Nigerianen staat waardoor het makkelijk is om de identiteit van demonstranten te achterhalen, heeft eiser ook niet onderbouwd. Daarbij wordt overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Nigeriaanse autoriteiten op de hoogte zijn van het beeldmateriaal van de demonstratie in Nederland waar hij op te zien is. Ook heeft verweerder de door eiser gestelde berichten op zijn sociale media over zijn politieke mening niet teruggevonden. Daarnaast heeft eiser ook niet aannemelijk gemaakt dat de Nigeriaanse autoriteiten juist eisers Facebookpagina zouden volgen.
5.6.
Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Nigeria zal gaan demonsteren. Verweerder heeft namelijk ongeloofwaardig geacht dat eiser betrokken was bij de IPOB en dat hij eerder gedemonstreerd heeft in Nigeria. Daarnaast zijn eisers verklaringen waarom hij zou willen demonsteren bij terugkeer naar Nigeria vaag en algemeen. Dat hij in Nederland heeft deelgenomen aan een demonstratie van de IPOB is meegenomen in deze beoordeling, dit betreft een eenmalige deelname. Eiser heeft daarna niet meer meegedaan aan demonstraties.
5.7.
Gelet op al het bovenstaande is volgens verweerder niet gebleken dat eiser voldoet aan de voorwaarden voor een vluchtelingenstatus zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid onder a Vw. De geloofwaardige relevante elementen leiden er volgens verweerder ook niet toe dat eiser in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid onder b Vw.
5.8.
Verweerder maakt in het verweerschrift kenbaar het standpunt dat het ongeloofwaardig is dat eiser uit [plaats] afkomstig is of dat hij daar kort voor vertrek uit Nigeria heeft gewoond, niet langer tegen te werpen. Verweerder voegt hieraan toe dat dit niet tot een ander geloofwaardigheidsoordeel ten aanzien van de bestreden relevante elementen leidt, nu de verblijfplaats van eiser daar geen invloed op heeft. Verweerder geeft ook ten aanzien van wat in het bestreden besluit is overwogen over het niet doen van aangifte van de aanval op eisers boerderij niet langer aan dit eiser tegen te zullen werpen. Ook ten aanzien van het onjuist verklaren over de MASSOB overweegt verweerder in het verweerschrift dit niet langer tegen te zullen werpen.
Beroepsgronden
6. Eiser voert aan dat het onderzoek naar zijn verzoek om internationale bescherming onvoldoende zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het oordeel omtrent de geloofwaardigheid van de relevante elementen is niet gebaseerd op een voldoende draagkrachtige motivering. Op zitting heeft eiser hieraan toegevoegd dat hoe verweerder naar het asielrelaas van eiser kijkt geen recht doet aan het verhaal van eiser doordat er naar losse elementen wordt gekeken, terwijl verweerder naar het volledige verhaal moet kijken en alle elementen in samenhang moet beoordelen. Daarnaast heeft verweerder geen nieuwe kenbare integrale beoordeling gemaakt van eisers asielrelaas na het, in het verweerschrift, niet langer tegenwerpen van een aantal in het bestreden besluit ongeloofwaardig bevonden relevante onderdelen van eisers asielrelaas.
6.1.
Volgens eiser heeft verweerder bij beoordeling van het asielrelaas ten onrechte geen rekening gehouden met eisers referentiekader, wat van belang is bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers betrokkenheid bij de IPOB en de sterkte van zijn politieke overtuiging. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het moment waarop de [naam 1] zijn land hebben ingenomen. Eiser voert voorts aan dat hij in Nigeria betrokken was bij de IPOB en dat verweerder hem ten onrechte tegenstrijdigheid ten aanzien van het moment waarop eiser lid is geworden van de IPOB en deelname aan demonstraties in Nigeria heeft tegengeworpen. Verweerder moet de persoonlijke omstandigheden van eiser in samenhang bezien en bij geloofwaardigheid van deze elementen ook betrekken dat eiser slachtoffer is geworden van de [naam 1], dat de autoriteiten geen bescherming bieden tegen geweld door de [naam 1] tegen de Igbo-bevolking, dat de Igbo op zichzelf zijn aangewezen en dat zij zich daardoor, net als eiser, verenigen via de IPOB.
6.2.
Eiser voert verder aan dat verweerder in het bestreden besluit niet meer terug komt op de politieke mening van eiser en de risico’s en gevaren die het uiten van die politieke mening bij terugkeer met zich mee kan brengen. Ook op het punt van de politieke overtuiging en de betrokkenheid bij de IPOB is het besluit derhalve niet gebaseerd op voldoende zorgvuldig onderzoek, en ontbeert het besluit een voldoende draagkrachtige motivering. Eiser heeft in de zienswijze naar voren gebracht dat hij wel degelijk in de negatieve belangstelling van de Nigeriaanse autoriteiten staat gelet op de bovengenoemde activiteiten in Nigeria en in Nederland. Verder heeft eiser op de zitting aangegeven sinds het bestreden besluit diverse activiteiten te hebben verricht voor de IPOB in Nederland. Tot slot verwijst eiser naar diverse landeninformatie die hij voorafgaand aan de zitting in beroep heeft overgelegd, waaronder die van de Canadese RIR over het bevragen van mensen bij terugkeer naar Nigeria en het Italiaanse rapport over de positie van IPOB activisten, “Attivisti dell'IPOB”.
Oordeel van rechtbank
Problemen met de [naam 1] ten onrechte ongeloofwaardig geacht?
7. Voor zover eiser heeft willen betogen dat eiser problemen zal ondervinden met de [naam 1], is de rechtbank van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde problemen met de [naam 1] bij terugkeer naar Nigeria niet aannemelijk zijn gemaakt door eiser. De rechtbank kan verweerder namelijk volgen dat de aanval op zijn boerderij, waarbij eiser gewond is geraakt aan zijn vingers, een incident betreft en dat daarmee niet aannemelijk is gemaakt dat de [naam 1] het persoonlijk op eiser hadden gemunt. Ten aanzien van het overnemen van de landbouwgrond van eiser heeft verweerder zich voorts niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser hierover wisselend heeft verklaard en hierdoor niet aannemelijk is dat eisers landbouwgrond is overgenomen door de [naam 1]. De rechtbank acht van belang dat eiser bij confrontatie met de wisselende verklaringen op dit punt geen logische verklaring heeft gegeven. De rechtbank kan verweerder daarom volgen in het oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de persoonlijke belangstelling van de [naam 1] staat.
Betrokkenheid bij IPOB in Nigeria ten onrechte ongeloofwaardig geacht?
8. Deze beroepsgrond slaagt.
Beoordeling
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij de beoordeling van dit element onvoldoende rekening gehouden met de gebeurtenissen die wel geloofwaardig zijn geacht, zoals de aanval op eisers boerderij. Daardoor staat vast dat eiser slachtoffer is geweest van de [naam 1]. Eiser heeft onbetwist gesteld dat de autoriteiten geen bescherming bieden tegen geweld door de [naam 1] tegen de Igbo-bevolking, waardoor de Igbo op zichzelf zijn aangewezen en zich daardoor verenigen via de IPOB. Net zoals eiser heeft gesteld te hebben gedaan. Daarbij komt dat eiser in zijn gehoor ook veel wist te vertellen over de IPOB. Het enkele gegeven dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij lid is geworden van IPOB kan het geloofwaardigheidsoordeel van verweerder over eisers betrokkenheid bij IPOB in het licht van het voorgaande onvoldoende dragen.
Deelname aan demonstraties van IPOB ten onrechte ongeloofwaardig?
9. Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank overweegt over dit element als volgt. Weliswaar heeft eiser onvoldoende nauwkeurig verklaard over het aantal demonstraties waaraan hij stelt te hebben deelgenomen, maar het verschil tussen de aantallen die door eiser zijn genoemd, zijn niet groot te noemen. Ook kan de rechtbank verweerder niet volgen dat eiser slechts van 2 demonstraties de data heeft kunnen noemen. In de verklaringen van eiser wordt allereerst consequent verklaard over demonstraties die op 21 en 26 december 2021 hebben plaatsgevonden. Eiser geeft vervolgens in het nader gehoor aan dat er een vreedzame demonstratie is die elk jaar op 31 mei wordt gehouden ter herdenking van de Biafra oorlog en politiegeweld. Eiser heeft in Nederland ook deelgenomen aan dat protest op 31 mei 2023. Gelet op de verklaringen van eiser over het aantal protesten waaraan hij heeft deelgenomen (2, 3 of 4) en zijn verklaringen over de data en de jaarlijkse protesten op 31 mei, is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat hij alleen van 2 protesten de data heeft kunnen noemen en zijn deelname aan demonstraties in Nigeria daarom niet aannemelijk is.
9.1.
Verder kan de rechtbank verweerder niet volgen in zijn tegenwerping dat het tegenstrijdig zou zijn dat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij nadat hij het ziekenhuis heeft verlaten nog anderhalf jaar heeft gewerkt en ook aan demonstraties heeft deelgenomen en dat hij in de zienswijze heeft verklaard dat hij na ontslag uit het ziekenhuis eerst een tijdje niet heeft gewerkt maar toen wel aan demonstraties deelnam. Beide varianten sluiten elkaar immers niet uit.
9.2.
De rechtbank overweegt voorts dat eiser naar het oordeel van de rechtbank gedetailleerd heeft verteld over de demonstraties en kan verweerder daarom niet volgen in dat eiser slechts summier over de demonstraties heeft verklaard. Eiser wist te benoemen wat hij bij de protesten deed, hoe die protesten verliepen en hoe die eindigden. Verweerder heeft tijdens het gehoor hier ook niet op doorgevraagd. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser op dit punt summier zijn. De rechtbank overweegt verder dat ook bij beoordeling van dit element onvoldoende rekening is gehouden is met de aanval op de boerderij en de overige omstandigheden betreffende de positie van Igbo waar eiser toe behoort. Gelet op alle omstandigheden die eiser betreffen is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij niet aannemelijk acht dat eiser deel heeft genomen aan demonstraties van IPOB.
Politieke overtuiging bij terugkeer naar Nigeria terecht geen aanleiding om gegronde vrees voor vervolging aan te nemen?
10. De beroepsgrond slaagt. Partijen zijn het eens dat er bij eiser sprake is van een politieke overtuiging en dat eiser aanwezig is geweest bij activiteiten van IPOB in Nederland. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of eiser daardoor een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Nigeria en of het onderzoek naar die vraag in deze procedure zorgvuldig is geweest – meer specifiek: of het onderzoek in lijn met het arrest S en A van 12 september 2023 van het Hof en met het Informatiebericht (IB) IB 2024/10 – heeft plaatsgevonden. Verweerder meent dat de politieke overtuiging van eiser onvoldoende sterk is en dat de activiteiten voor IPOB in Nederland onvoldoende zijn om aannemelijk te achten dat eiser bij terugkeer naar Nigeria zijn politieke overtuiging zal gaan uiten. Ook vindt verweerder dat het onderzoek hiernaar en de motivering van dit standpunt in lijn zijn met het arrest S en A en IB2024/10. Eiser is het oneens met verweerder.
10.1.
De rechtbank overweegt dat verweerder bij zijn oordeel over dit element uitgaat van de ongeloofwaardigheid van eisers betrokkenheid bij IPOB en zijn deelname aan demonstraties in Nigeria. Gelet op de bovenstaande overwegingen over deze twee elementen is de rechtbank van oordeel dat verweerders motivering dat niet aannemelijk is te achten dat eiser zich in Nigeria politiek zal uiten, reeds daardoor geen stand kan houden.
10.2.
De rechtbank stelt voorts vast dat eiser tijdens het nader- en aanvullend gehoor vele malen heeft verklaard dat, en waarom, hij zich bij terugkeer politiek zal uiten. Verweerder heeft dit gegeven onvoldoende betrokken in zijn overwegingen. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende meegenomen dat eiser ook in Nederland actief is voor de IPOB. Ter zitting heeft eiser desgevraagd daar over verklaard dat hij zich in Nederland officieel heeft ingeschreven bij de IPOB en daarbij de eed heeft afgelegd. Hij helpt bij het voorbereiden van vergaderingen en het uitnodigen van mensen, deelt flyers uit, neemt deel aan demonstraties en deelt dan vlaggen uit aan deelnemers. Eiser gaf ook aan op dit moment weinig geld te hebben om te doneren, maar hij geeft wel wat hij kan missen voor de kinderen uit zijn gemeenschap.
10.3.
De rechtbank is gelet op al het vorenstaande van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser zijn politieke overtuiging niet zou uiten bij terugkeer in Nigeria.
10.4.
De tweede vraag die ten aanzien van eisers politieke overtuiging moet worden beantwoord, is of eiser vanwege zijn politieke overtuiging en IPOB gerelateerde activiteiten in Nederland en/of in Nigeria in de negatieve belangstelling van de Nigeriaanse autoriteiten staat of zal komen te staan. Voor beantwoording van deze vraag is van belang inzicht te hebben in het optreden door de Nigeriaanse autoriteiten tegen de Igbo en IPOB aanhangers. Het Hof heeft in het arrest S en A, voor zover thans van belang, als volgt overwogen:
“45.
Beoordeling
Uit het voorgaande volgt dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten een uitputtend en grondig onderzoek moeten verrichten van alle relevante omstandigheden met betrekking tot de specifieke persoonlijke situatie van deze verzoeker en van de meer algemene context van zijn land van herkomst, met name wat de politieke, juridische, gerechtelijke, historische en sociaal-culturele aspecten ervan betreft, teneinde vast te stellen of die verzoeker een gegronde vrees heeft om persoonlijk te worden vervolgd wegens zijn politieke overtuiging, en met name wegens enige overtuiging die hem kan worden toegedicht door potentiële actoren van vervolging in zijn land van herkomst [zie in die zin arrest van 12 januari 2023, Migracijos departamentas (Vervolgingsgronden op basis van politieke overtuiging), C-280/21, EU:C:2023:13, punten 33 en 38].” (…)
10.5.
In IB 2024/10 heeft verweerder, voor zover thans van belang, op
pagina 3 het volgende opgenomen:
(…) De beoordeling van de gestelde vrees voor vervolging
De vrees van een vreemdeling voor vervolging wegens zijn ‘politieke overtuiging’ dient op individuele basis en per geval te worden verricht. Met in achtneming van de relevante informatie over het land van herkomst moet worden beoordeeld of op grond van de gebleken (en dus geloofwaardig geachte) omstandigheden (zoals de verrichte activiteiten en de politieke overtuiging) aannemelijk is dat de vreemdeling in de negatieve belangstelling van potentiële actoren van vervolging staat of zal komen te staan en hierdoor een gegronde vrees heeft om daadwerkelijk te worden vervolgd bij terugkeer in zijn land van herkomst. De beoordeling is gericht op de sterkte van de overtuiging en de eventueel geloofwaardige verrichte activiteiten en de daaraan ontleende vrees bij terugkeer. Daarbij moet ook worden betrokken welke door de gestelde politieke overtuiging gemotiveerde activiteiten de vreemdeling bij terugkeer stelt te willen verrichten of hoe hij of zij anderszins zijn of haar opvatting, mening of gedachte zou willen uiten, en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Op grond van de hieronder beschreven omstandigheden beoordeel je – op basis van de sterkte van de overtuiging en/of de reeds in land van herkomst of land van toevlucht verrichte activiteiten – of aannemelijk is dat de vreemdeling zich op die manier zal uiten en of hij of zij daardoor te vrezen heeft. De vreemdeling moet hierover dan ook bevraagd worden tijdens het gehoor.(…).
10.6.
Uit het S en A arrest en IB 2024/10 volgt dat aan de hand van eisers verklaringen en algemene informatie over de situatie in Nigeria beoordeeld moet worden of eiser in de toekomst een risico loopt op vervolging door de Nigeriaanse autoriteiten vanwege een (toegedichte) politieke overtuiging. Volgens eiser heeft verweerder deze beoordeling niet in overeenstemming met het genoemde arrest en Informatiebericht gemaakt. De Nigeriaanse autoriteiten treden in Nigeria hard op tegen de IPOB beweging. Zij monitoren de activiteiten van IPOB leden in het buitenland en bij terugkeerders controleren de autoriteiten of de persoon op de lijst van IPOB leden staat. Met deze uit landeninformatie8 volgende omstandigheden heeft verweerder volgens eiser in de beoordeling onvoldoende rekening gehouden.
10.7.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende uitputtend en grondig onderzoek gedaan naar de algemene context van Nigeria, als vereist in het arrest S en A, om vast te stellen of eiser een gegronde vrees heeft om persoonlijk te worden vervolgd wegens zijn politieke overtuiging. De rechtbank neemt daarvoor de volgende passages uit de door eiser overgelegde landeninformatie in aanmerking:
“6. Government Ability to Monitor IPOB Organizations Aboard
In response to the Research Directorate's question concerning the ability of Nigerian authorities to monitor and track IPOB organizations abroad, the MASSOB coordinator stated that Nigerian embassies are able to and [do] monitor the activities of all Biafran agitators and IPOB members living abroad. It is a well-known fact that IPOB and MASSOB members and other Biafran agitators are confronted by DSS agent upon arrival on international flights with a list that includes their names. (MASSOB 1 Apr. 2022)
The Associate Professor indicated the following:
It has been very easy for the Nigerian government to monitor the activities of IPOB members and also track the source of their funding. It is because of that ease in monitoring them that enabled the arrest of their [naam 2] after his departure from the United Kingdom. (Associate Professor 28 Mar. 2022)
In contrast, the journalist explained that the Nigerian government does not have sufficient means to track and monitor IPOB members who are no longer living in the country (Journalist 8 Apr. 2022). (…)
“6.2. Treatment of IPOB members who Return to Nigeria
The MASSOB Coordinator indicated that IPOB members who return to Nigeria face "[a]rrest, detention, torture, disappearance, and extrajudicial killings by the DSS" (MASSOB 1 Apr. 2022). In contrast, the Associate Professor stated that "[t]here is no known harassment" of current or former IPOB members who return to Nigeria (Associate Professor 28 Mar. 2022). (…)”
10.8.
De rechtbank stelt, gelijk aan haar uitspraak van 22 oktober 2024, vast dat de door eiser overgelegde landeninformatie11 geen eenduidig beeld laat zien van het optreden van de Nigeriaanse autoriteiten jegens IPOB. Zo heeft de “MASSOB-coördinator” verklaard dat alle IPOB-leden die in het buitenland wonen worden gemonitord. Bij aankomst van internationale vluchten worden naar Nigeria terugkerende IPOB-leden door een agent van Department of State Services geconfronteerd met een lijst waarop hun namen staan. Ook de universitair hoofddocent gaf aan dat het voor de Nigeriaanse regering heel makkelijk is geweest om de activiteiten van IPOB-leden te monitoren en ook de bron van hun financiering te achterhalen. Vanwege het gemak waarmee ze konden monitoren, was het mogelijk hun [naam 2] na zijn vertrek uit Groot-Brittannië te arresteren. Daar staat tegenover dat de journalist uitlegde dat de Nigeriaanse regering niet over voldoende middelen beschikt om IPOB-leden die niet langer in Nigeria wonen, op te sporen en te monitoren. Verder overweegt de rechtbank dat de “MASSOB-coördinator” heeft verklaard dat IPOB-leden die terugkeren naar Nigeria te maken krijgen met arrestatie, detentie, marteling, verdwijning en buitengerechtelijke executies door agenten van Department of State Services. De universitair hoofddocent heeft daarentegen verklaard dat er geen sprake is van intimidatie van huidige of voormalige IPOB-leden die terugkeren naar Nigeria.
10.9.
Bij deze stand van zaken is het standpunt van verweerder, zoals op de zitting ook nader toegelicht, dat eiser bij terugkeer op basis van de overgelegde landeninformatie geen gegronde vrees heeft om persoonlijk te worden vervolgd wegens zijn politieke overtuiging, niet houdbaar. Daarvoor is het beeld dat uit de landeninformatie naar voren komt niet voldoende eenduidig. Uit het bestreden besluit volgt niet welke informatie verweerder op welke manier heeft betrokken bij haar beoordeling en hoe de verschillende landeninformatie door verweerder op waarde is geschat. Verweerder zal gelet op het in het arrest S en A beschreven toetsingskader nader onderzoek moeten doen naar de algemene context van Nigeria en het risico voor (toegedichte) IPOB leden bij terugkeer naar Nigeria en in het nieuw te nemen besluit kenbaar moeten motiveren op basis waarvan welke conclusies worden getrokken.