Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:22992
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
794 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5957
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L.E. Beket).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de beperking onder de inwilliging van de aanvraag van verzoeker.
1.1.
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]’.
1.2.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 25 januari 2024 ingewilligd onder de beperking ‘arbeid niet toegestaan’. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
1.4.
Verzoeker is geboren op [geboortedag] 1996 en heeft de Sierra Leoonse nationaliteit. Hij heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam]’. Aan referent, de minderjarige zus van verzoeker, is een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ verleend van 7 december 2023 tot 7 december 2028.
2. Verweerder heeft de aanvraag ingewilligd onder de beperking dat eiser geen arbeid mag verrichten. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt.
Wat vindt eiser in deze voorzieningenprocedure?
3. Verzoeker verzoekt een voorlopige voorziening te treffen waarbij de voorziening ertoe strekt dat hij wordt behandeld als ware hij in het bezit is van de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan, TWV niet vereist’ totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van spoedeisend belang. Verzoeker heeft namelijk niet geconcretiseerd waarom het van belang is dat hij spoedig in het bezit wordt gesteld van een arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid wel toegestaan, TWV niet vereist’. Verzoeker heeft bijvoorbeeld niet aangevoerd dat hij spoedig zicht heeft op een arbeidscontract of dat hij zonder eigen inkomsten niet in staat is om in zijn basisbehoeften te voorzien.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.