Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:22113
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
731 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.30786
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, verzoeker, V-nummer: [V nummer] , (gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister,
(gemachtigde: mr. J. van Raak).
Procesverloop
Bij besluit van 1 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de herhaalde aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.30785, op 26 september 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S.M. Razaghi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoeker stelt van Iraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.30785, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een derde
beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 december 2024
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.