Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-20
ECLI:NL:RBDHA:2024:21751
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
809 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9096
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Nandpersad).
Inleiding
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster gericht tegen het besluit van 14 november 2024 (bestreden besluit), waarbij verweerder haar aanvraag om verlenging van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op een sociaal-medische indicatie (SMI) ten behoeve van haar kinderen [naam 1] en [naam 2] heeft afgewezen.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben verzoekster, vergezeld door haar moeder, en [naam 3] en [naam 4] , als vervangers van de gemachtigde van het college, deelgenomen.
Beoordeling
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in wat verzoekster heeft aangevoerd geen spoedeisend belang besloten ligt. Allereerst eindigt de tegemoetkoming SMI pas op 1 januari 2025. Dat betekent dat verzoekster op dit moment nog een tegemoetkoming krijgt en geen sprake is van spoedeisend belang. Verder blijkt uit het dossier dat verzoekster een uitkering heeft op grond van de WIA ter hoogte van € 1.992,51 netto per maand en haar partner een salaris van € 2.902,77 netto per maand. Met dat gezamenlijke inkomen zou verzoekster een korte periode zonder gesubsidieerde opvang moeten kunnen overbruggen en zelf opvang moeten kunnen betalen. Ook wanneer verweerder de langst mogelijke termijn in acht zou nemen om op het bezwaar te beslissen (tot 25 maart 2025), zal dit niet anders zijn. De voorzieningenrechter ziet daarom niet dat verzoekster de uitkomst van het bezwaar niet zou kunnen afwachten. Nu verweerder ter zitting heeft aangegeven dat de hoorzitting al op 7 januari 2025 zal plaatsvinden, acht de voorzieningenrechter het niet onwaarschijnlijk dat de uitkomst van het bezwaar niet op zich zal laten wachten tot 25 maart 2025.
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.E.M. de Coninck, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van de Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie 2021 (Beleidsregels)