Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:21514
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
946 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28775
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Verzoekster heeft op 18 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een mvv van 29 maart 2024.
Bij besluit van 19 juli 2024 heeft verweerder de Nederlandse ambassade in Istanbul gemachtigd om aan verzoekster een mvv te verlenen.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en
8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken,
omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is
tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij
afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van
de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van
verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig
beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster
tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt
verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank
op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875
met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van
toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van
de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187 te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.