Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:21510
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
802 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 19/7880
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster I
mede namens haar gezinsleden:
[verzoeker 1]
, V-nummer: [V-nummer 2] , verzoeker I
[verzoekster 2]
, V-nummer: [V-nummer 3] , verzoekster II
[verzoekster 3]
, V-nummer: [V-nummer 4] , verzoekster III
[verzoeker 2]
, V-nummer: [V-nummer 5] , verzoeker II
tezamen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van
verzoekers om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet
tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van de Afsluitingsregeling afgewezen.
Bij verzoekschrift van 15 oktober 2019 hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht
om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 13 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van
verzoekers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 20/7738, heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft gegrond verklaard. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2024 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen.