Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:20006
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,190 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.30250
hersteluitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eiseres van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 16 oktober 2024 met zaaknummer NL23.30250 een fout bevat. De uitspraak bevat een misdruk op pagina’s 4 en 5. De tekst van pagina 4 is over de tekst van pagina 5 heen gedrukt, waardoor die pagina’s onleesbaar zijn. De rechtbank zal dit op de hierna te melden wijze herstellen.
Dictum
De rechtbank bepaalt dat op pagina 4 van de uitspraak moet staan:
“De uitspraak is bekend gemaakt op:
16 oktober 2024
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.”
De rechtbank bepaalt verder dat op pagina 5 van de uitspraak moet staan:
“Bijlage
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld.
Specifiek voor het niet tijdig beslissen op asielaanvragen:Met de Tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht.
Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. Dit is de rechterlijke dwangsom. Daarbij past de rechtbank het landelijke beleid toe.
Als eiser is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.”
Deze hersteluitspraak is gedaan op 26 november 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Artikel 4:17 van Awb.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352.
Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
Gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.