Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-20
ECLI:NL:RBDHA:2024:19794
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
856 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/8049
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster(gemachtigden: mr. F.A.S. Kool en dhr. S. Wispelweij),
en
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, het college
(gemachtigden: mr. K. Bergacker, mr. B.A. van de Ven en F.V. Silva de Jesus).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het college van 27 oktober 2022. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het college met het besluit van 8 oktober 2024 aan het beroep is tegemoetgekomen.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Moet het college de proceskosten van verzoeker vergoeden?
3. Het college is tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster. Vanwege het feit dat in een aantal vrijwel identieke zaken beroep is ingesteld wordt voor de proceskostenveroordeling verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank van 20 november 2024 op het beroep van [naam] (reg. nr. SGR 23/6110).
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
4. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.
Dictum
De rechtbank verwijst verzoekster voor het verzoek om proceskostenvergoeding naar de onder 3. genoemde uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.