Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:19313
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,554 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.34164 en NL24.34165
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , eiser en verzoeker (hierna: eiser)V-nummer: [v-nummer](gemachtigde: mr. F. Schüller)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A.E. van Midden).
Inleiding1. Eiser heeft op 23 juni 2024 asiel aangevraagd, welke door verweerder niet in behandeling is genomen. Bij uitspraak van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, het beroep van eiser gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit op de aanvraag te nemen. Vervolgens heeft verweerder de aanvraag met het bestreden besluit van 30 augustus 2024 niet in behandeling genomen omdat Cyprus verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiser. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 15 oktober 2024 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. E. Bezem als waarnemend gemachtigde van eiser, A.K. Umam als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser stelt te zijn geboren op 31 juli 1999 en de Oegandese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 23 juni 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft verweerder geconcludeerd dat Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat uit eisers paspoort is gebleken dat hij door Cyprus in het bezit is gesteld van een visum. Verweerder heeft daarom Cyprus verzocht eiser over te nemen. Cyprus heeft dit verzoek geaccepteerd. In de bestreden besluiten heeft verweerder gesteld dat ten aanzien van Cyprus kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook is er geen reden voor verweerder om de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Standaard voornemen
3. Eiser stelt dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de te betrachten zorgvuldigheid door in het voornemen geen individuele argumenten van eiser op te nemen. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiser naar een aantal uitspraken waaruit volgt dat het gebruik van een standaardvoornemen getuigt van een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit. Net als de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, die zich in deze zaak al over deze kwestie heeft uitgelaten, ziet deze rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit. In het voornemen is voldoende duidelijk uiteengezet op welke grond Cyprus verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Nu geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om van dat oordeel af te wijken. Opvangvoorzieningen en leefomstandigheden 4. Eiser voert aan dat niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Cyprus vanwege ernstige structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Eiser baseert zijn argumenten op het AIDA-rapport 2023 (update mei 2024) en een e-mail van Corina Drousitou van de Cyprus Refugee Council. Hieruit blijkt dat eind 2023 circa 25.000 asielzoekers in Cyprus verbleven, terwijl er slechts minder dan 3.000 opvangplekken beschikbaar waren. Hierdoor heeft 90% van de asielzoekers geen toegang tot opvang, wat volgens eiser aantoont dat er geen adequate opvang is. Ook stelt eiser dat de financiële toelage van maximaal € 361,- per maand onvoldoende is voor basisbehoeften. NGO's, zoals Caritas Cyprus, kunnen door administratieve obstakels zoals het vereiste van een huurcontract om huurbijdrage te ontvangen, niet voldoende hulp bieden. Eiser verwijst naar recente uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaatsen Middelburg en Haarlem. In beide zaken werd geconcludeerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Cyprus niet geldt vanwege ernstige tekortkomingen in de opvangvoorzieningen en leefomstandigheden. Verder wijst eiser op problemen zoals het gebrek aan rechtsbijstand en detentieomstandigheden.
5. Verweerder mag er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel vanuit gaan dat Cyprus zijn verplichtingen nakomt. De Afdeling heeft op 9 februari 2021 geoordeeld dat verweerder op basis van de toen bekende informatie van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Cyprus mocht worden uitgaan. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daarin geslaagd. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
5.1.
Niet in geschil is dat er te weinig reguliere opvangplekken zijn voor het aantal asielzoekers. Op basis van een brief van het Deputy Ministry of Migration and International Protection of the Republic of Cyprus, die verweerder na de zitting heeft overgelegd, beschikt het aanmeldcentrum in Cyprus over 1.500 bedden en 1.000 extra bedden voor noodgevallen. Daar mogen asielzoekers gemiddeld 30 tot 40 dagen blijven. Daarnaast zijn er twee andere opvangcentra met een totale capaciteit van 600 bedden. Het huidige aantal asielzoekers bedraagt 24.000. Op basis van deze informatie heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat na overdracht aan Cyprus aan hem geen reguliere opvang zal worden verleend die voldoet aan de minimumeisen.
5.2.
Veruit de meeste asielzoekers (ruim 90%) zijn op privéhuisvesting aangewezen. Waar er ten tijde van de Afdelingsuitspraak van 9 februari 2021 nog hulp was van de Social Welfare Services, zijn asielzoekers voor het vinden van privéhuisvesting thans op zichzelf aangewezen en zijn geen voorzieningen beschikbaar om hen hierbij te helpen. Vanwege het beperkte aanbod van privéhuisvesting ondervinden vooral alleenstaande mannen moeilijkheden bij het vinden van huisvesting. Eiser behoort tot deze groep.
5.3.
Anders dan ten tijde van de Afdelingsuitspraak van 9 februari 2021 waar de financiële bijdrage werd verstrekt in de vorm van waardebonnen dient een asielzoeker thans, om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage, te beschikken over een bankrekening. Voor het verkrijgen van een bankrekening worden administratieve eisen gesteld zoals het overleggen van onder andere een huurcontract getekend door twee Cypriotische burgers en een paspoort. Ook is in veel gevallen een afschrift van een blanco strafblad afgegeven door het land van herkomst vereist. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor het verkrijgen van een financiële bijdrage zeer gering. Bovendien volgt hieruit dat een asielzoeker alvorens hij aanspraak kan maken op een financiële bijdrage een huurcontract dient te overleggen. Dit wordt bevestigd door de Cyprus Refugee Council.
5.4.
Zelfs wanneer eiser erin zou slagen een bijdrage te ontvangen, is de rechtbank van oordeel dat deze onvoldoende is om aan de normen van het Jawo-arrest te voldoen. De maandelijkse bijdrage voor één persoon is € 186,- voor voedsel, kleding en schoenen, € 75,- voor elektriciteit en €100,- voor huur. Uit het AIDA rapport blijkt deze vergoeding geen zekerheid biedt voor een waardige levensstandaard. Dit probleem werd al in 2019 geconstateerd, maar sindsdien is er geen verbetering zichtbaar. Bovendien zijn de huurprijzen in de laatste jaren fors gestegen (in 2021 5,1%, in 2022 19,6% en in 2023 12,2%) , terwijl de financiële bijdrage (voor huur) sinds 2019 niet is verhoogd. De combinatie van een zeer restrictief beleid met betrekking tot de hoogte van de uitkeringen en een scherpe stijging van de huurprijzen heeft geresulteerd in een toename van daklozen en een enorm aantal asielzoekers dat leeft in erbarmelijke omstandigheden. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat Cypriotische autoriteiten niet voldoen aan artikel 17, vijfde lid, van de Opvangrichtlijn.
5.5.
Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de Cypriotische autoriteiten niet onverschillig staan tegenover de gestelde problemen. De rechtbank stelt vast dat de opvangcapaciteit weliswaar sinds de uitspraak van de Afdeling is uitgebreid van 1.000 naar 1.400 personen, maar gezien het enorme tekort aan reguliere opvangplekplekken kan dit niet worden gezien als een substantiële verbetering van de opvangproblematiek. De voorgenomen uitbreiding met 1100 bedden van twee opvangcentra maakt dit niet anders. Datzelfde geldt voor het standpunt van verweerder dat Cypriotische autoriteiten werken aan verbetering van de informatievoorziening voor het verkrijgen van financiële bijdragen. Verweerder verwijst daarvoor naar pagina 77 van het rapport:
“The Asylum Service at times issued an information leaflet, which was not easily accessible and mostly providing outdated information.
Conclusie
9. Het beroep is gelet op hetgeen onder 6 is overwogen gegrond. Verweerder heeft in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De gronden die zien op de bijzondere individuele omstandigheden behoeven daarom geen bespreking. Nu er op het beroep is beslist, zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege een gebrek aan connexiteit.
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.625 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op zitting en 1 punt voor het indienen van de voorlopige voorziening met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het besluit van 30 augustus 2024;
draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan eiser.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van N. Bagheri, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de beslissing op de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, op 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6183.
Op grond van artikel 30 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verordening 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vw.
Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening.
Op grond van artikel 17 van de Dublinverordening.
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, op 7 december 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:19122), rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, 3 juni 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:8597) en rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam 28 augustus 2024 (zaaksnummer NL24.25208 niet gepubliceerd).
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, op 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6183
AIDA County report: Cyprus 2023 update mei 2024.
Een e-mail van Corina Drousiotou van 19 juli 2024 van de Cyprus Refugee Council, met als onderwerp: ‘Query on Dublin returnees and reception conditions & access legal aid’ (Hierna: e-mail CRC).
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, 29 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8634.
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, 10 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15483.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2021:244.
Deputy Ministry of Migration and International Protection (Request from the legal services of the Netherlands for a Dublin case), 9 augustus 2024 (hierna: de brief van het Deputy Ministry of Migration and International Protection .
First reception Centre.
Zie e-mail CRC.
KOFINOU and LIMNES.
AIDA County report: Cyprus, 2019 update april 2020, pagina 68.
AIDA County report: Cyprus 2023 update mei 2024, pagina 96.
De brief van het Deputy Ministry of Migration and International Protection.
AIDA-rapport 2019, pagina 87.
AIDA County report: Cyprus 2023 update mei 2024, pagina 84.
E-mail CRC, pagina 2.
ECLI:EU:C:2019:218 (Jawo)
AIDA County report: Cyprus, 2023 update mei 2024 pagina 89.
AIDA County report: Cyprus, 2023 update mei 2024, pagina 88.
AIDA County report: Cyprus, 2023 update mei 2024, pagina 90.
AIDA County report: Cyprus, 2023 update mei 2024, pagina 88.
AIDA County report: Cyprus, 2023 update mei 2024 pagina 16.
ECLI:NL:RVS:2021:244, onder 6.