Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:18818
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bodemzaak
466 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31201
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , [v-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de Minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Inleiding
Bij besluit van 15 januari 2021 heeft de minister de aanvraag van verzoekster om haar vanwege haar medische situatie uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL24.31200). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overweging
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.31200, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening hangende beroep is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek hangende beroep af.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Boxum, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.