Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:18618
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,181 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.43130
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H. Palanciyan),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 26 juni 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 11 november 2024 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Ghanese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum].
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 11 oktober 2024 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan het vertrek van eiser. Het missen van de presentaties kan aan eiser niet verweten worden, nu hij bij de eerste presentatie een zitting moest bijwonen bij de rechtbank Amsterdam en de consul is bij het tweede gesprek ook niet verschenen. Verder wordt aangevoerd dat eiser na de vertrekgesprekken met de DT&V emotioneel is en hij psychische ondersteuning nodig heeft van zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Uit het voortgangsrapport blijkt dat er regelmatig vertrekgesprekken worden gevoerd met eiser en rappels worden verstuurd naar de Ghanese autoriteiten. Verder staat daarin dat eiser op 29 oktober 2024 schriftelijk is gepresenteerd en dat de aanvraag in onderzoek is genomen. Gelet hierop werkt verweerder voldoende voortvarend aan het vertrek van eiser. Verweerder is hierbij mede afhankelijk van de medewerking van de Ghanese autoriteiten en van eiser zelf. Uit het voortgangsrapport blijkt niet dat eiser wordt verweten dat hij niet bij de eerste presentatie is verschenen, vanwege het bijwonen van een zitting bij de politierechter in Amsterdam. Nu de consul zelf ook niet is verschenen op de presentatie van 9 oktober 2024, is het niet doorgaan van deze presentatie ook niet volledig toe te rekenen aan eiser. Wel is van belang dat eiser tijdens het vertrekgesprek van 5 november 2024 heeft medegedeeld nooit te zullen meewerken aan een presentatie. Het voortduren van de maatregel van bewaring komt daarom ook mede voor risico van eiser.
6. Verder kan eiser zich wenden tot de medische dienst in het detentiecentrum als hij na een vertrekgesprek psychische ondersteuning nodig heeft. Niet is gebleken dat deze hulp onvoldoende beschikbaar is of ontoereikend is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 november 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitsprak van 12 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11010, 4 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14285 en 16 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17068.
Dienst Terugkeer en Vertrek.