Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:18474
Civiel recht; Insolventierecht
Bodemzaak
2,238 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: C/09/673414 / FT RK 24/843 en FT RK 24/844
vonnis van 7 november 2024
in de zaak van
[naam 1]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: de heer [naam 1] ,
tegen
FAME Fitness,
gevestigd te Gouda,
hierna: FAME Fitness.
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [naam 1] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Feiten
1.1.
De heer [naam 1] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 18.951,28 aan 13 schuldeisers. Het is de heer [naam 1] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Leiden heeft hij voor het laatst op 6 augustus 2024 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 10,68% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 5,34%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.
1.2.
FAME Fitness is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [naam 1] heeft een schuld aan FAME Fitness van € 1.184,40, dat is 6,3% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige 12 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] op 9 oktober 2024 bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank FAME Fitness dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
Procesverloop
2.1.
De verzoeken van de heer [naam 1] zijn behandeld op de zitting van 31 oktober 2024. Op deze zitting verschenen:
- de heer [naam 1] ,
- S. Kaya, schuldhulpverlener van de gemeente Leiden,
- [naam 2] , Stichting Exodus.
2.2.
FAME Fitness is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.
3Standpunten van partijen
3.1.
De heer [naam 1] stelt dat het onredelijk is dat FAME Fitness het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.2.
FAME Fitness heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank zal het verzoek van de heer [naam 1] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat FAME Fitness weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door gemeente Leiden. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van een (groot) deel van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
De heer [naam 1] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat de heer [naam 1] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Het aanbod van verzoeker is gebaseerd op een inkomen uit een Pw-uitkering. Verzoeker heeft in detentie gezeten en volgt verplicht een programma om weer terug te kunnen keren in de maatschappij. Daarnaast krijgt hij ambulante begeleiding voor zijn gedragsproblematiek. De rechtbank is van oordeel dat door de detentie sprake is van een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is daarom niet aannemelijk dat de afloscapaciteit op korte termijn nog zal stijgen. Daarnaast is het van belang dat verzoeker zijn traject kan afmaken, om zijn kansen in de maatschappij te vergroten.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 93% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van FAME Fitness.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.
4.9.
FAME Fitness is bovendien niet op zitting verschenen en heeft ook niet op een andere wijze haar standpunt voor haar weigering aan de rechtbank kenbaar gemaakt. Dit staat haar vrij maar brengt wel mee dat de rechtbank ervan uit moet gaan dat in het kader van de hier uit te voeren belangenafweging aan de zijde van FAME Fitness geen andere belangen zijn betrokken dan het belang dat zij, net als iedere schuldeiser, heeft bij volledige betaling van haar vordering.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.10.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft de heer [naam 1] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- beveelt FAME Fitness in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.