Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-11-08
ECLI:NL:RBDHA:2024:18393
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,251 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.38523 en AWB 24/15551
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2024 in de zaken tussen
[naam], eiser,
geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, het COa,
alsmede
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Inleiding
1. Bij besluit van 14 september 2024 (het plaatsingsbesluit) heeft het COa besloten om eiser op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen.
1.1.
Bij besluit van 15 september 2024 (de vrijheidsbeperkende maatregel) heeft de minister aan eiser de maatregel van beperking van de vrijheid opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
1.2.
Eiser heeft tegen het plaatsingsbesluit (AWB 24/15551) en de vrijheidsbeperkende maatregel (NL24.38523) beroep ingesteld en heeft hierbij verzocht om schadevergoeding.
1.3.
Het COa heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De minister heeft de vrijheidsbeperkende maatregel met ingang van 21 oktober 2024 opgeheven.
1.5.
De rechtbank heeft de beroepen op 1 november 2024 op zitting behandeld. Eiser en de minister hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Bestreden besluiten
2. Het COa heeft met het plaatsingsbesluit besloten om eiser met ingang van 14 september 2024 in de HTL te Hoogeveen te plaatsen. Eiser verblijft sinds 20 maart 2024 in de opvanglocatie in Hoenderloo van het COa en is al meermaals negatief in beeld geweest. Eiser heeft meerdere incidenten veroorzaakt op de opvanglocatie in Hoenderloo waaronder driemaal het overtreden van de huisregels, tweemaal agressie en geweld tegen personen (verbaal) en éénmaal agressie en geweld tegen personen (fysiek). Ook is eiser betrokken geweest bij meerdere incidenten op andere locaties. Het COa verwijst hiervoor naar de bijlage bij het besluit. In de bijlage is onder andere opgenomen dat eiser vijfmaal betrokken is geweest bij incidenten met verbale agressie en geweld en driemaal fysieke agressie en geweld. Het COa heeft in het licht van deze gebeurtenissen verschillende acties ondernomen om tot een positieve gedragsverandering bij eiser te komen. Zo zijn er correctiegesprekken met eiser gevoerd, heeft eiser waarschuwingsbrieven gekregen en is eiser meermaals een time out opgelegd. Deze maatregelen hebben volgens het COa niet geleid tot gedragsverbetering.
2.1.
Door het COa is geconstateerd dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen die zijn te kwalificeren als gedragingen met een grote impact. Eiser is op 12 september 2024 betrokken geweest bij drie incidenten op de COa-locatie in Hoenderloo. Het COa heeft het derde incident - kort samengevat - als volgt beschreven. Rond 16.00 uur verscheen eiser bij het kantoor met het verzoek dat hij overgeplaatst wil worden naar een locatie waar hij zelf kan koken. Ook wil hij GZA spreken. Een COa medewerker heeft hem meermaals verteld niet te kunnen helpen en doorverwezen naar de receptie om te bellen met GZA. Eiser keek hierbij dreigend en weigerde weg te gaan. Een medewerker sloot de deur van het kantoor. De medewerkers hoorden vervolgens iemand tegen deuren en muren trappen en servies kapot worden gegooid. Toen zij op het lawaai afliepen, zagen ze eiser tussen de serviesscherven staan. Eiser liep schreeuwend en dreigend op de medewerkers af. Eiser werd door een medewerker van Trigion naar buiten begeleid, waarna de politie werd gebeld en eiser werd gearresteerd voor vernieling. Eerder op de dag vonden twee incidenten plaats die ook gingen over het onderwerp van overplaatsing, waarbij eiser aangaf problemen te gaan maken als hij niet overgeplaatst zou worden. Aan eiser zijn voor deze maatregelen ook sancties opgelegd. Eisers zienswijze naar aanleiding van het voornemen om de maatregel op te leggen, heeft het COa geen aanleiding gegeven om een ander standpunt in te nemen. Eisers gedragingen zijn volgens het COa wat betreft aard en omvang zodanig ernstig dat dit plaatsing in de HTL rechtvaardigt.
3. De minister heeft eiser door middel van de vrijheidsbeperkende maatregel verplicht om zich met ingang van 15 september 2024 op te houden in een deel van de gemeente Hoogeveen, te weten binnen de op de bij het besluit gevoegde plattegrond aangegeven gebieden. Volgens de minister vordert het belang van de openbare orde het opleggen van de maatregel op grond van artikel 56 van de Vw. Dit blijkt uit het plaatsingsbesluit van het COa van 14 september 2024 en de incidenten die daarin zijn opgenomen. De minister is niet gebleken van omstandigheden die in de weg staan aan het opleggen van de vrijheidsbeperkende maatregel.
Standpunten eiser
4. Eiser betoogt dat plaatsing in de HTL een te zware bestraffing is. Eiser stelt dat hij de borden niet expres heeft vernield, maar bij het langslopen tegen de tafel met borden is gestoten waardoor de borden vielen. Volgens eiser is er hooguit sprake van onopzettelijke schade die niet op personen is gericht. Eiser stelt dat deze gedraging moet worden gekwalificeerd als een incident met geringe impact, wat onvoldoende is voor plaatsing in de HTL. Eiser betoogt verder dat uit het plaatsingsbesluit volgt dat uitsluitend op verklaringen van derde personen wordt afgegaan en dat COa-medewerkers de gedragingen van eiser niet hebben waargenomen. Eiser stelt dat niet valt in te zien waarom aan de verklaringen van derden meer waarde wordt toegekend dan aan de verklaringen van eiser. Verder voert eiser aan dat de omstandigheden dat drie politieauto’s arriveerden en dat een medewerker van het Fletcher hotel zijn vinger heeft bezeerd tijdens het opruimen van de scherven, niet voor zijn rekening en risico dienen te komen.
Oordeel rechtbank ten aanzien van het plaatsingsbesluit
5. Op de zitting heeft de gemachtigde van het COa twee stellingen uit het plaatsingsbesluit laten vallen. Namelijk dat de komst van drie politieauto’s en het bezeren van een vinger door een medewerker van het Fletcher Hotel bij het opruimen van de scherven een indicatie zijn voor de ernst van het incident. Dit betekent dat de rechtbank hier geen oordeel meer over hoeft te geven, omdat deze argumenten geen onderdeel meer zijn van het plaatsingsbesluit.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd heeft besloten tot plaatsing van eiser in de HTL. De rechtbank ziet in wat eiser in zijn gronden naar voren heeft gebracht onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de feitelijke verslaglegging van het incident. Zoals ook uiteengezet onder 2.1. volgt uit de verslaglegging van het COa dat eiser op 12 september 2024 zich agressief en dreigend heeft opgesteld richting medewerkers van het COa, medewerkers van het Fletcher hotel en medewerkers van Trigion, eigendommen van het COa heeft vernield en tegen deuren en muren heeft getrapt. De stellingen van eiser dat hij per ongeluk tegen de borden is gelopen en dat het COa alleen uitgaat van verklaringen van derden, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de door het COa geschetste gang van zaken.
Conclusie
7. De beroepen zijn ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart de beroepen ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier op 8 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.