Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:17969
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,016 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21228
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. N. Akbalik),
en
de minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres stelt van Jordaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1970. Zij heeft op 19 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 april 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank verklaard het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres kreeg in 2019 een onofficiële relatie met een Iraakse man genaamd [naam] die zonder verblijfsvergunning in Jordanië verbleef. Eiseres was verliefd en vertrouwde [naam] . Later bleek dat [naam] misbruik van haar maakte. Hij bedreigde en sloeg eiseres en chanteerde haar financieel en seksueel. In oktober 2020 vertrok [naam] naar Irak. [naam] wilde dat eiseres hem vanuit Jordanië financieel bleef steunen en de relatie zou worden voortgezet. Eiseres wilde dit niet. Uit woede en wraak heeft [naam] naaktfoto’s van eiseres verstuurd naar haar familie. De broers van eiseres en haar zonen uit een eerder huwelijk werden boos van de doorgestuurde foto’s, omdat eiseres de eer van de familie zou hebben aangetast. Eiseres heeft vervolgens een rechtszaak aangespannen om te voorkomen dat [naam] nog meer foto’s zou sturen en haar nog zou bedreigen. [naam] is ook veroordeeld. Ze vreest echter dat haar broers en zoons haar uit eerwraak willen vermoorden. Daarom is eiseres ondergedoken bij een vriendin en heeft zij vervolgens Jordanië een paar maanden verlaten. In november 2021 kwam eiseres weer terug naar Jordanië en heeft zij voor verschillende landen een visum aangevraagd. Ondertussen verbleef eiseres in deze periode op verschillende adressen ondergedoken. In mei 2022 kreeg eiseres een Grieks visum en is zij uit Jordanië vertrokken.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
identiteit, nationaliteit en herkomst,
relatie met [naam] en bedreiging met openbaar maken van naaktfoto’s, en
problemen vanwege de relatie met [naam]
De minister heeft alle drie de relevante elementen geloofwaardig geacht. Specifiek ten aanzien van het derde element heeft de minister in het bestreden besluit en op de zitting toegelicht dat het geloofwaardig is dat [naam] naaktfoto’s heeft toegezonden naar de familie van eiseres en dat haar familie om die reden op 17 mei 2021 boze sms’jes heeft verstuurd. Volgens de minister is het echter niet aannemelijk dat eiseres naar aanleiding van de boze sms’jes voor eerwraak te vrezen heeft. Voor zover haar familie nog wel eerwraak zou willen nemen, kan eiseres bescherming van de Jordaanse autoriteiten krijgen. Niet is gebleken dat eiseres bij terugkeer naar Jordanië blootgesteld wordt aan ernstige schade nu uit bronnen blijkt dat er een vooruitgang is met betrekking tot bescherming van de overheid tegen gendergerelateerd geweld. Ook is eiseres er niet in geslaagd om aan te tonen dat deze bescherming voor haar als individu niet geldt. Daarbij stelt de minister dat vrouwen als sociale groep te divers van samenstelling zijn en daardoor niet in aanmerking komt voor de zwaarwegendheidstoets onder het vluchtelingschap. De relevante elementen van eiseres zijn daarmee niet te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag.
Vormen de geloofwaardig geachte elementen grond om eiseres een asielvergunning te verlenen?
5.1.
Eiseres betoogt dat zij door de minister ten onrechte niet is aangemerkt als vluchteling of als vreemdeling die in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. Zij betoogt dat zij gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van haar geslacht en politieke overtuiging. Ook loopt zij bij terugkeer een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest van de Europese Unie.
5.1.1.
Ter onderbouwing wijst zij op de UNHCR-richtlijn inzake de internationale bescherming nr. 1, waarin is vastgesteld dat vrouwen ook vormen van vervolging kunnen ondervinden die specifiek gerelateerd zijn aan hun gender. Tevens wijst eiseres op het Verdrag van Istanbul waaruit volgt dat gendergerelateerd geweld tegen vrouwen erkend wordt als een vorm van vervolging. In dit verdrag wordt onder gendergerelateerd geweld verstaan geweld gericht tegen een vrouw omdat ze een vrouw is of geweld dat vrouwen buitenproportioneel treft. Verder omvat het verdrag een aanvullend refoulementverbod dat uitzetting verbiedt van vrouwen die slachtoffer zijn geworden of zullen worden van gendergerelateerd geweld en die mede daarom een onmenselijke behandeling vrezen bij terugkeer. Volgens eiseres dient bij de beoordeling van haar asielrelaas – zowel bij het vluchtelingschap als bij de subsidiaire bescherming – altijd gendergerelateerd geweld betrokken te worden.
5.1.2.
Ter onderbouwing van haar stelling dat sprake is van een politieke overtuiging wijst eiseres op beleid waaruit volgt dat het ook als politieke overtuiging kan worden aangemerkt als vervolging in het land van herkomst plaatsvindt vanwege de overtreding van seksediscriminerende sociale gebruiken, religieuze voorschriften of culturele normen voor vrouwen. Eiseres heeft in strijd met religieuze voorschriften gehandeld door een relatie aan te gaan met [naam] . Eiseres wordt door haar familie gezien als overtreder van een belangrijke norm die religieuze en traditioneel gezien onaantastbaar is in Jordanië en onder bepaalde omstandigheden tot de dood als straf kan leiden. Een dergelijke straf voor de overschrijding van die norm is beperkt tot de vrouw en geldt niet voor een man.
5.1.3.
Ter onderbouwing van haar vrees en het risico dat zij zal lopen bij terugkeer naar Jordanië wijst eiseres erop dat zij aan de hand van informatie voldoende aannemelijk maakt dat zij door haar familie gezocht wordt. Zij heeft door de relatie die zij is aangegaan en de publicatie van de naaktfoto’s de eer en goede naam van haar familie beschadigd waarvoor zij in de ogen van haar familie vermoord moet worden. Uit algemene bronnen blijkt dat in Jordanië vrouwen worden blootgesteld aan gendergerelateerd geweld en dat de Jordaanse autoriteiten niets doen om vrouwen te beschermen. De minister verwijst in het besluit slechts naar twee bronnen en uit deze bronnen blijkt niet dat vrouwen in Jordanië niet vermoord worden wegens eerwraak. De moord op vrouwen vindt met name plaats in de privésfeer en dat belandt niet in de publiciteit. Desondanks zijn er volgens eiseres voldoende voorbeelden. Eiseres heeft zich gewend tot de Jordaanse politie en justitie voor bescherming, alleen wordt zij niet door hen beschermd omdat de Jordaanse overheid – door de heersende culturele normen en wettelijke praktijken – vrouwen tegen gendergerelateerd geweld niet beschermt. De minister stelt volgens eiseres dan ook ten onrechte dat bescherming tegen gendergerelateerd geweld in Jordanië mogelijk is door te verwijzen naar de Wet op de bescherming tegen huiselijk geweld. Volgens eiseres geeft de ‘Domestic Violence Protection Act’ van 2008 geen definitie van gendergerelateerd geweld en heeft de Jordaanse grondwetswijziging die beoogde mannen en vrouwen gelijk te stellen voor de wet er niet toe geleid dat wet- en regelgeving in overeenstemming is met deze grondwetswijziging. Nadat de foto’s bij haar familieleden bekend zijn geworden heeft eiseres in Jordanië op verschillende adressen moeten onderduiken. Vervolgens is eiseres gedwongen naar Egypte en Oman gegaan in de hoop om daar bescherming te krijgen. Alleen kreeg zij in deze landen niet de bescherming en is eiseres in Egypte door twee mannen misbruikt en verkracht. Eiseres is om die reden gedwongen teruggekeerd naar Jordanië en heeft zij daar nog zes maanden verbleven. De minister heeft deze handelswijze van eiseres ten onrechte niet beschouwd als een uitermate inspanning om bescherming in Jordanië te krijgen, aldus eiseres.
Conclusie
7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Guidelines on International Protection No. 1: Gender-Related Persecution within the context of Article 1A(2) of the 1951 Convention and/or its 1967 Protocol relating to the Status of Refugees (HCR/GIP/02/01
Artikel 60, eerste lid, van het Verdrag van Istanbul.
Eiseres verwijst naar artikel 3, onder d, van het Verdrag van Istanbul.
Eiseres verwijst naar artikel 3, onder a, van het Verdrag van Istanbul waarin is opgenomen wat ook onder geweld wordt begrepen.
Artikel 60, tweede lid, van het Verdrag van Istanbul.
Eiseres verwijst naar artikel 33 t/m 40 van het Verdrag van Istanbul.
Eiseres verwijst naar C2/3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Eiseres verwijst naar Patriarchy Kills: The Phenomenon of Honor Killings in Jordan and Worldwide — International Relations Review ( [website 1] ), Video of father beating daughter to death in so-called ‘honor killing! sparks protests in Jordan and online - ABC News ( [website 2] ), Until When?! Honor Killings and Other Domestic Violence Against Women in Jordan
POMED, Brutal ‘honor killing' of woman in Jordan galvanizes debate - Los Angeles Times
( [website 3] ) en Honor Crimes in Jordan: Between Legislation and Women’s Experience — Amman
Center for Human Rights Studies ( [website 4] ).
Eiseres verwijst naar Wet nr. 6/2008, Wet 15/2017.
Aanmeldgehoor, pagina 15