Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:17901
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
903 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.30667
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Terpstra),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Deniz).
Inleiding
1. In het besluit van 2 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen totdat op het beroep is beslist.
1.2
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met beroep, op 30 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben verzoeker en de gemachtigden van partijen deelgenomen.
Beoordeling
2. Uit het bestreden besluit volgt dat verzoeker de uitkomst van het beroep hiertegen niet in Nederland mag afwachten. Daarom heeft verzoeker een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening.
3. De beroepsgronden van verzoeker zien, onder andere, op de vraag of zijn overdracht moet worden verboden omdat verweerder niet langer ervan kan uitgaan dat de Kroatische autoriteiten zich zullen houden aan zijn internationale verplichtingen wat betreft de opvang en de asielprocedure. Dat is het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 28 september 2024 een zitting gehad waarop deze vraag ook aan de orde is gesteld. Verwacht wordt dat de Afdeling over zes weken uitspraak zal doen over dit onderwerp. Omdat de uitkomst van die procedure van belang is bij de beoordeling van het beroep van verzoeker heeft de rechtbank in afwachting daarvan de behandeling van het beroep ter zitting geschorst en wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het overdrachtsbesluit te schorsen toe.
Conclusie
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten te veroordelen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met zaaknummer: NL24.30666.