Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:17731
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
565 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.36677
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaak tussen
[naam], eiser,
geboren op [geboortedatum],
van Gambiaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. F.H. Gart),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 18 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van
verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in
behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling
daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL24.36676). Hij heeft verder
de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van partijen, bepaald dat
een zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer NL24.36676), heeft de rechtbank uitspraak gedaan
op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid
van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde
publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.