Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:17519
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,117 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40338
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: R. Hopman).
Procesverloop
Verweerder heeft op 2 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank van deze voortduring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 23 oktober 2024 het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1983 en de Tunesische nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 7 augustus 2024.
4. Eiser wijst erop dat er geen verslag van het vertrekgesprek op 3 oktober 2024 in het dossier zit. Hij meent daarom dat er sinds 16 september 2024 geen vertrekgesprek meer is gevoerd. Ook van de schriftelijke rappels zitten geen bewijsstukken in het dossier. Het enkel vermelden in de voortgangsrapportage dat er is gerappelleerd, is onvoldoende om aan te nemen dat deze ook daadwerkelijk zijn verzonden. Eiser wenst daarom afschriften van de rappels te ontvangen. Tot slot stelt eiser dat verweerder niet voortvarend werkt aan zijn verwijdering, omdat verweerder slechts enkele keren via een automatisch systeem heeft gerappelleerd.
5. De rechtbank stelt vast dat het digitale dossier inmiddels compleet is gemaakt met het verslag van het vertrekgesprek op 3 oktober 2024. Het is de rechtbank verder ambtshalve bekend dat algemene rappelbrieven door verweerder niet aan digitale dossiers worden toegevoegd. In de meegezonden voortgangsrapportage staat dat verweerder drie keer schriftelijk over de lp-aanvraag heeft gerappelleerd bij de Tunesische autoriteiten. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen.
6. De rechtbank stelt voorop dat verweerder voor de afgifte van een lp afhankelijk is van de Tunesische autoriteiten. Verweerder moet de tijd gegund worden om dit af te wachten. In de tussentijd heeft verweerder gedaan wat redelijkerwijs verwacht mag worden. Zo is schriftelijk gerappelleerd over de lp-aanvraag en zijn er regelmatig vertrekgesprekken gevoerd met eiser. De rechtbank is van oordeel dat verweerder vooralsnog voldoende voortvarend handelt.
7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 oktober 2024 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Vreemdelingenwet 2000.
Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 9 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12717.
Laissez-passer.