Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-18
ECLI:NL:RBDHA:2024:17473
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
637 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31556
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).
Procesverloop
Bij besluit van 8 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiser heeft geen gronden van beroep bekend gemaakt. Eiser is wel in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen en hij is er daarbij op gewezen dat het ontbreken van beroepsgronden kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Niet is gebleken van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden als bedoeld in het arrest Bahaddar, op grond waarvan de niet-ontvankelijkheidsverklaring achterwege zou dienen te blijven.
3. De rechtbank zal het beroep dan ook met toepassing van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van de gronden van beroep.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens van 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494.