Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-28
ECLI:NL:RBDHA:2024:17459
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,657 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: C/09/672691 / FT RK 24/798
beschikking van 22 oktober 2024
in de zaak van
[verzoekster]
(hierna mevrouw [verzoekster] ),
verzoekster,
advocaat: mr. J. Hemelaar,
tegen
INTERNATIONAL BUSINESS SCHOOL THE HAGUE B.V. (hierna: IBSTH),
verweerster.
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend strekkende tot faillietverklaring van IBSTH. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van IBSTH.
1.2.
Het verzoekschrift is op 22 oktober 2024 in raadkamer behandeld. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
- mevrouw [verzoekster] ,
- mr. J. Hemelaar, advocaat van mevrouw [verzoekster] ,
- de heer [naam 1] , namens IBSTH,
- mevrouw [naam 2] , namens IBSTH.
1.3.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende stukken:
- de breif van mr. Hemelaar met het uittreksel van de Kamer van Koophandel van IBSTH,.
- de e-mail van mr. Hemelaar van 18 oktober 2024, met bijlagen,
- de e-mail van mr. Hemelaar van 19 oktober 2024 met bijlagen,
- de ter zitting overgelegde bankafschriften namens IBSTH,
- de ter zitting door mr. Hemelaar overgelegde e-mail van de heer [naam 3] , gedateerd van 21 oktober 2024.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2Standpunten van partijen
2.1.
Mevrouw [verzoekster] stelt dat zij een vordering heeft op IBSTH van € 30.660,- althans een bedrag van € 5.142,50, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en contractuele rente. Mevrouw [verzoekster] heeft verder gesteld dat IBSTH meer schulden onbetaald laat, waaronder een steunvordering van [naam 3] (hierna: de heer [naam 3] ) ter hoogte van € 500,-. De heer [naam 3] vordert dit bedrag van IBSTH als schadevergoeding, omdat hij geen cijferlijst heeft ontvangen waaruit blijkt dat hij bepaalde vakken met goed gevolg heeft afgelegd. Verder wordt een steunvordering van [naam 4] (hierna: de heer [naam 4] ) ter hoogte van € 3.000,- overgelegd. Dit betreft het openstaande deel van het door de heer [naam 4] teruggevorderde schoolgeld.
2.2.
IBSTH heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij erkent de vordering van mevrouw [verzoekster] tot een bedrag van € 5.142,50, maar betwist dat zij meerdere schulden onbetaald laat (de zogenoemde steunvorderingen). Zij stelt zich op het standpunt dat de vordering van de heer [naam 4] inmiddels is voldaan. De steunvordering van de heer [naam 3] wordt betwist, omdat de cijferlijst wel zou zijn toegestuurd.
Beoordeling
Bevoegdheid
3.1.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van IBSTH in Nederland ligt.
Het beoordelingskader
3.2.
Een faillissement kan op verzoek worden uitgesproken wanneer van een vorderingsrecht van een verzoeker is gebleken én is gebleken dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (de faillissementstoestand). Van die toestand is sprake wanneer de schuldenaar meerdere schuldeisers heeft en hij niet meer betaalt. Een en ander dient summierlijk te blijken, dat wil zeggen dat zowel de toestand als de vordering na een kort, eenvoudig onderzoek moeten blijken. Voor een uitgebreid onderzoek is in een faillissementsprocedure geen plaats.
Vorderingsrecht van mevrouw [verzoekster]
3.3.
IBSTH heeft op de zitting de vordering van mevrouw [verzoekster] (voor een bedrag van
€ 5.142,50, erkend. Van het vorderingsrecht van mevrouw [verzoekster] is daarmee summierlijk gebleken.
Pluraliteit
3.4.
IBSTH heeft de gestelde steunvorderingen gemotiveerd betwist. IBSTH stelt dat zij de vordering van de heer [naam 4] inmiddels heeft voldaan. Ter onderbouwing heeft IBSTH tijdens de zitting een rekeningafschrift overgelegd waaruit blijkt dat op 21 oktober 2024 het openstaande bedrag van € 3.000,- naar de heer [naam 4] is overgemaakt. Ten aanzien van de steunvordering van de heer [naam 3] oordeelt de rechtbank dat het vorderingsrecht niet kan worden vastgesteld. De heer [naam 3] beweert dat hij geen cijferlijst heeft ontvangen. Hij vordert daarom een schadevergoeding van € 500,-, omdat hij nu niet kan aantonen dat hij de vakken bij IBSTH daadwerkelijk met goed gevolg heeft afgerond. Hierdoor moet hij meer kosten maken omdat zijn huidige studie in Hongarije langer zal duren. IBSTH beweert daarentegen dat de cijferlijst wel is verzonden. De rechtbank kan niet nagaan of de cijferlijst is verzonden, maar zelfs al zou dat vaststaan dan kan daaruit niet de conclusie worden getrokken dat sprake is van een vorderingsrecht uit hoofde van een schadevergoeding.
3.5.
De rechtbank is daarom van oordeel dat van het bestaan van de steunvorderingen niet summierlijk is gebleken. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van meerdere schuldeisers, zodat het verzoek moet worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot faillietverklaring van IBSTH af.
Dit is een beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met mr. M.J.P. Vink, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.