Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-21
ECLI:NL:RBDHA:2024:17319
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,064 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39619
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. Y.D. Ancion.
Inleiding
In het besluit van 2 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder medegedeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als ontheemde uit de Oekraïne en dat hij geen gebruik kan maken van de rechten die daarbij horen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij gedurende zijn bezwaarprocedure wordt behandeld als ware hij in bezit van tijdelijke bescherming.
Verweerder heeft medegedeeld zich niet tegen toewijzing van het verzoek te verzetten.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling
1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van het verzoek wegens betalingsonmacht. Met het door verzoeker overgelegde formulier heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Uit de door verzoeker overgelegde correspondentie met de gemeente Tilburg blijkt dat de gemeente heeft medegedeeld dat verzoeker op 21 oktober 2024 om 16:00 uur de opvang voor ontheemden uit de Oekraïne moet verlaten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hieruit voldoende spoedeisend belang volgt.
4. De voorzieningenrechter ziet ook aanleiding om het verzoek toe te wijzen aangezien verweerder heeft medegedeeld zich daar niet tegen te verzetten. Verzoekers belang om de voorzieningen die horen bij de status van tijdelijk beschermde te behouden in afwachting van verweerders heroverweging op het bezwaar, weegt dan zwaarder dan verweerders belang bij de onmiddellijke uitvoering van het in bezwaar aangevallen besluit.
5. In de toewijzing van het verzoek bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1.
Dictum
De voorzieningenrechter:
schorst het bestreden besluit totdat een besluit op bezwaar aan verzoeker bekend is gemaakt.
bepaalt dat verzoeker zolang wordt behandeld als een ontheemde uit de Oekraïne die tijdelijke bescherming geniet;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 21 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022.