Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:17286
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
598 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29958
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] alias [alias], V-nummer: [V nummer 1] , verzoekster, en haar minderjarige dochter [minderjarige], V-nummer: [V nummer 2] (gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. R. Wouters).
Procesverloop
Bij besluit van 23 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.29957, op 18 september 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoekster stelt van burger te zijn van de Democratische Republiek Congo (DRC) en de Congolese nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op [geboortedatum] 1999.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.29957, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.I. van Meel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk - Salomons, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 september 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.