Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:16904
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
656 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.15929
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. K. Kana).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek uit Nederland vanwege haar medische situatie.
1.1.
Met het besluit van 23 april 2023 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag afgewezen. Met het besluit van 9 april 2024 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is de minister bij deze afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
Verzoekster is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, H. Makaryan als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.15926, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 oktober 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.